ساعَةٌ
uur
الآنَ
nu
يَوْمٌ - أَيَّامٌ
dag
حِينَ/حِينَما
wanneer
كُلَّما
wanneer dan ook
اليَوْمَ
vandaag
أَبَدًا
nooit/ooit
شَيءٌ - أَشْياءُ
dingen - ding
سَنَةٌ - سِنِينَ
jaren - jaar
حَيْثُ / حَيْثُما
waar dan ook - waar
أَمْسِ / بِالأَمْسِ
gisteren
غَدًا/الغَد
morgen
يَوْمَئِذٍ
op die dag
شَهْرٌ - أَشْهُرٌ/شُهُورٌ
maanden - maand
مالٌ - أَمْوَالٌ
rijkdom
نَبِيٌّ - أَنْبِيَاءُ/نَبِيُّونَ
profeten - profeet
رَسُولٌ - رُسُلٌ
boodschapper - boodschap
سِرٌّ - أَسْرارٌ
geheimen - geheim
صَاحِبٌ - أَصْحَابٌ
kamaraden/bewoners - kamaraad/bewoner
حَدِيثٌ - أَحَادِيثُ
spraak/gesprek
حِكْمَةٌ
wijsheid