hoe vindt de signaaltransductie van kernreceptoren plaats?
hoe werken kernreceptoren?
het zijn eiwitten die zich in de kern van de cel bevinden, ligand afhankelijk. wanneer het hormoon bindt vindt er conformatieverandering plaats wat leidt tot activatie en directe transcriptie
uit welke domeinen bestaat een kernreceptor?
hoe kan het dat het schildklierhormoon verschillende effecten heeft in andere weefsels?
er zijn 2 verschillende schildklierreceptoren: TRalfa en TRbeta, die in verschillende weefsels voorkomen
wat zijn selectieve receptor modulators?
agonist werking in het ene weefsel en antagonist werking in het andere weefsel
met wat voor soort receptor worden signalen van hypothalamus naar hypofyse gestuurd en van hypofyse naar doelwitorgaan?
hypothalamus naar hypofyse: membraanreceptoren
hypofyse naar doelwitorgaan: kernreceptoren
wat is het hormoonbindingsdomein en het transductiedomein van een GPCR?
hormoonbindingsdomein: zorgt voor affiniteit en specificiteit van een hormoon. bestaat uit N-terminale deel en 3 extracellulaire loops
transductiedomein: geeft het signaal door. bestaat uit 3de intracellulaire loop en koppelt aan het G-eiwit
welke 3 families van GPCRs zijn er?
familie 1: deze zijn het belangrijkst
familie 2: PTH of GnRH gebruiken deze
familie 3: receptoren die calcium binden
wat is de werking van GPCRs?
bestaat uit 3 subunits en heeft gebonden GDP in de alfa-subunit, door interactie ligand en G-eiwit wordt GDP losgelaten en GTP gebonden en geeft het signaal door
hoe werkt de signaaltransductie in de cel na GPCR activatie?
wat is de werking van:
- agonist
- antagonist
- partiele agonist
- inverse agonist
agonist: hoge affiniteit aan receptor en induceert signaaltransductie met hoge effectiviteit
antagonist: bindt aan receptor maar induceert geen signaaltransductie
partiele agonist: bindt met variabele affiniteit, induceert signaaltransductie met variabele effectiviteit
inverse agonist: bindt aan inactieve vorm van receptor, remt de basale activiteit van de receptor
welke 3 vormen van celcommunicatie via hormonen zijn er?
endocrien: via de bloedbaan naar doelwitcellen
paracrien: signaalmoleculen bereiken via intracellulaire vloeistof nabijgelegen cellen
autocrien: hormoon uit cel bindt op receptor van diezelfde cel
hoe werkt de stimulatie van de hypothalamus naar de hypofyse?
de hypothalamus achterkwab hebben lange axonen tot in de hypofyse achterkwab en maken vasopressine en oxytocine
de korte uitlopers lopen naar de hypofyse voorkwab en maken releasing factors: TRH, GnRH, somatostatine, GRH, dopamine en CRH
hoe werkt de prolactine afgifte?
dopamine wordt gemaakt door de hypothalamus en onderdrukt constant de prolactine-afgifte. bij zoging vindt er remming van dopamine plaats, tegelijkertijd wordt er oxytocine afgegeven
waarom moet je hormonen altijd vaker dan 1x checken?
hormonen hebben een hormoonspiegel met circadiaans ritme, op verschillende tijdstippen zijn er pieken en dalen
welke zone in de bijnier maakt wat aan?
zona glomerulosa: aldosteron
zona fasciculata: cortisol
zona reticularis: DHEA (voorloper testosteron)
medulla: (nor)adrenaline
welk systeem reguleert de afgifte van de verschillende zones van de bijnier?
glomerulosa: angiotensine II en K+
fasciculata: ACTH
reticularis: ACTH
medulla: sympathicus
hoe wordt cholesterol bij androgeen productie over het mitochondriale binnenmembraan getransporteerd?
via het StAR transporteiwit
wat is de eerste stap van de cholesterol omzetting in hormonen?
afsplitsen van de eerste zijketen tot pregnenolon door CYP450SCC
wat zijn de effecten van cortisol?
remming eiwitsynthese in weefsels, toename vetzuuroxidatie en verlaging glucose gebruik, stimulering gluconeogenese en bloedsuikerspiegel
wat zijn de klinische kenmerken van Cushings syndroom?
centrale adipositas, buffalo hump, glucose-intolerantie, spierzwakte, hypertensie, depressie, hematomen, hirsutisme, oligo- of amenorroe, abdominale striae, oedeem, atrofie van de huid en osteoporose
welke diagnostiek zet je in bij Cushing syndroom?
wat is de meest voorkomende oorzaak van
Cushing syndroom?
hypofyse adenoom (70%)
hoe maak je onderscheid tussen pseudo cushing syndroom en cushing syndroom?
bij pseudo cushing zijn de middernachtsespeeksel en plasma cortisol gemiddeld lager dan bij Cushing