Geologie
de wetenschap die de aarde, haar geschiedenis en de processen die haar vormen en gevormd hebben, bestudeert. behoort tot de aardwetenschappen
geologische tijdschaal
een indeling van de geschiedenis van de aarde in geologische tijdperken.
gesteentelaag
een onderverdeling van een formatie; wordt door afzetting gevormd; kan enkele centimeters tot meters dik worden
GIS
Geografische informatie Systemen
Glaciaal
ijstijd; een periode waarin het extreem koud wordt in en groot gebied, met een poolklimaat
Gletsjerrivier
rivier die zijn water krijgt door smeltwater
Glaciale bekkens
laagten in het landschap omgeven door stuwwallen. De bekkens zijn gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, in het Saailen
Grondmorene
door gletsjer getransporteerd puin
Holoceen
jongste periode in het kwartair; 10.000 jaar geleden begonnen; bestaat uit vroeg-midden- en laat holoceen
inklinking
het inzakken van de bodem als gevolg van onttrekking van water uit de bodem
interglaciaal
een relatief warme periode waarin de landijskappen in omvang afnemen; Periode tussen twee ijstijden
Kalksteen
een afzettingsgesteente dat bestaat uit uit een versteende opeenhouding van calciumcarbonaat. wordt gevormd in een zeemilieu
keileem
grondmorene; een ongestoord mengsel van klei, leem, zand en grotere keien
kolkgat
het gat dat ontstaat tijdens een dijkdoorbraak door het naar binnen kolkende water
komgrond
het verder weg van de rivier liggende kleigebied dat door inklinking komvormig is en daardoor zichtbaar lager is ten opzichte van oeverwallen
komklei
de klei van komgronden
krijt
geologische periode van 140 tot 65 miljoen jaar geleden, gekenmerkt door zeespiegelstijging waardoor veel kalkafzettingen werden gesedimenteerd
Kwartair
de derde eenheid; jongste periode in het Cenozoïcum; bestaat uit de tijdvakken Pleistoceen en Holoceen
tijdvak
vierde eenheid van de geologische tijdschaal
leem
mengsel van fijne korrels; houdt water vast en werd vroeger gebruikt voor het bouwen van huizen