Primus, -a, -um
Eerste
Perficere, perficio
Voltooien
Colligere
Verzamelen
Plenus (+gen)
Vol (met)
Fundere
Gieten, storten
Lavare
Wassen
Labor, labores
Werk, inspanning
Perpetuus, -a, -um
Voortdurend
Alius … alius
De een … de ander
Addidi
Pf van addere
Intellexi
Pf van intellegere
Scii/scivi
Pf van scire
Se
2. Aci dat hij, dat zij
Olim
Vroeger, eens
Laesi
Pf van laedere
Laedere
Beledigen, kwetsen
Vendidi
Pf van vendere
Neque … neque
Niet … en ook niet
Carmen, carmina
Lied, gedicht
Canere
Zingen
Accidere
Gebeuren
Certus, -a, -um
Zeker, vast