analyse
-verduidelijking en concretisering over het probleem en de ernst ervan
-na probleemselectie nood aan verdere empirische onderbouwing v dit probleem
onderkennende diagnostiek
-onderzoeksvragen/ hypothesen nr de aanwezigheid ve probleem
-is het probleem aanwezig en hoe ernstig is het
-clusters
verklarende diagnostiek
-OV/ hypothesen: wat zijn de voorbeschikkende, uitlokkende, instandhoudende en beïnvloedende factoren
-pijlen
manieren om onderkennende diagnostiek te doen
topografische analyse
-doorgedreven concretisering van incidentbespreking
-situatie waar klacht zich uitgesproken voordoet
verklarende diagnostiek is de essentie vd individuele gedragstherapeutische casusconceptualisatie
gedrag begrijpen = verklaren hoe het er is gekomen en hoe het blijft voortbestaan
1.Welke betekenis geeft de cliënt aan situaties zodanig dat deze zo negatief beladen zijn geworden (en hoe deze betekenis geleerd?)
2.Op welke manier houdt het (maladaptieve) copingsgedrag vd cliënt de problematische situatie of zijn onwelbevinden in stand
->gebaseerd op leerpsychologie
leerpsychologie
=> de studie vh leerproces
-basisaxioma: alle gedrag is aangeleerd
-2 basale leerprocessen: klassieke en operante conditionering
klassieke conditionering
=leren v verband/associatie tss stimulus 1 en stimulus 2
=als een neutrale prikkel steeds samen voorkomt met iets dat een automatische reactie oproept, gaat die neutrale prikkel die reactie ook oproepen.
-focus op stimulus-respons relaties (itv emoties, waarbij respons getermineerd is door de sit) = passief leren
passief leren
=passief verband leggen tss situatie en gevoelsmatige respons zonder dat je daar iets voor moet doen
(is bij klassieke conditionering)
intentioneel leren
=je dient zelf een respons te stellen waardoor het een actievere vorm is van leren
(is bij operante conditionering)
operante conditionering
= leren ve verband tss wat je doet en wat er gebeurt
-gedrag dat beloond wordt, ga je vaker doen; gedrag dat gestraft wordt, minder
-focus op respons-stimulus relaties (gedrag is gedetermineerd door wat er op volgt)
-als het over observeerbaar gedrag gaat gn we er vanuit da da operant geconditioneerd is
doen-component
operant geconditioneerd
voel-component
klassiek geconditioneerd
denken w door operant en klassiek bepaald
-gedachten expliciet en intentioneel formuleren = operant
-gedacht die uitgelokt w door sit = klassiek
Pavlov
=een bel (neutrale stimulus) werd telkens gekoppeld aan voedsel (aangename stimulus), en uiteindelijk begon de hond al te kwijlen bij het geluid van de bel alleen.
=appetitieve conditionering
=klassieke conditionering
appetitieve conditionering
=leren waarbij gedrag wordt beïnvloed door iets prettigs (een beloning). conditioneren met iets aangenaam -> gewenst gedrag of aangename reactie
aversieve conditionering
=koppeling met iets negatiefs → vermijdingsgedrag of angst. Er w onaangename stimulus gebruikt om een reactie te leren.
-Aversieve UCS gekoppeld aan CS
= model voor angstconditionering
UCS
=ongeconditioneerde stimulus
=stimulus die inherent een betekenis heeft (positief/aangenaam of negatief/onaangenaam =>redelijk universeel zo beleefd)
UCR
=Ongeconditioneerde reactie
=reactie die inherent (reflexmatig) voortkomt uit de confrontatie met de UCS
CS
=Geconditioneerde stimulus
=Stimulus die voorheen neutraal was, maar zijn betekenis verkregen heeft door associatie met de ucs
CR
=Geconditioneerde reactie
=Reactie die voorkomt uit confrontatie met CS
Little Albert (Watson)
-Watson= KC gebruiken om angstreacties te conditioneren
-Albert =geleer om bang te worden voor een witte rat. Aanvankelijk was Albert niet bang, maar elke keer dat hij de rat zag, werd er een hard geluid gemaakt (onaangename stimulus). Na een paar keer begon Albert ook angst te tonen voor de rat alleen. = aversieve conditionering
acquisitie
=fase waarin vrees voor voorheen neutrale CS’en wordt verworven/ aangeleerd (CS paren met UCS). Aanleren verwachting + betekenis
-gaat meestal heel snel
compensatoire modellen
meestal lijkt CR op UCR maar niet altijd
bv. toedienen insuline bij ratten zorgt voor reductie glucose. Maar na aantal keer toedienen zien we stijging v glucose wnr men begint aan procedure v spuitje geve. Lichaam voert compensatoire reactie uit om reductie tegen te gaan