stall
de kraam
who’s next?
wie is er aan de beurt?
turn (in the line, n.)
de beurt
what kind of cheese?
wat voor kaas?
can it be a little more?
mag het iets meer zijn?
yes, certainly
ja, hoor
salesman
de verkoper
saleswoman
de verkoopster
customer
de klant
free-range eggs
de scharreleiren
tub
het kuipje
altogether
bij elkaar
some cherries
wat kersen
I don’t need anything else
ik heb verder niets nodig
about two ounces
zo’n twee ons
consider it done
komt voor elkaar
(plastic) bag
de zak
that will be…
dat wordt dan…
pear
de peer
grape
de druif
cherry
de kers
melon
de meloen
cauliflower
bloemkool
green beans
sperziebonen