5.1? Flashcards

(11 cards)

1
Q

tolerantiegrens

A

uiterste waarde waarbij organismen van een soort kunnen overleven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

levensgemeenschap

A

alle organismen die in een bepaald gebied voorkomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

tolerantie

A

vermogen van organismen om schommelingen in een abiotische factor te verdragen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

beperkende factor

A

factor die bepaalt hoeveel organismen in een gebied kunnen overleven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

ecosysteem

A

een begrensd systeem waarin een wisselwerking plaatsvindt tussen biotische en abiotische factoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

optimum

A

waarde van een abiotische factor die het gunstigst is voor het organisme

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

ecologie

A

wetenschap die de wisselwerking tussen organismen en hun omgeving bestudeert

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

soortensamenstelling

A

de verschillende soorten die in een gebied voorkomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

biotische factoren

A

invloeden afkomstig van de levende natuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

microklimaat

A

klimaat op specifieke plaatsen binnen een ecosysteem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

abiotische factoren

A

invloeden afkomstig van de levenloze natuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly