habitare
(be) wonen
volunt
(zij) willen
ubi
waar?
waar
locus
plaats
omnis, omne
geheel ieder elk
omnes
alle(n)
incipiunt
(zij) beginnen
amicus
vriend
esse
(te) zijn
circa
+acc rondom, om..heen
nondum
nog niet
altus, alta,altum
hoog,diep
super
+acc boven(op), over
terret
(hij) maakt bang, (hij) verschrikt
sic
zo
ita
zo
nomen
naam
immortalis,immortale
onsterfelijk