7 Flashcards

(42 cards)

1
Q

stoffen die door magneten worden aangetrokken en niet +vb

A

magnetische stoffen : nikkel, ijzer
niet-magnetische stoffen koper, goud, niet-metalen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

bij een staafmagneet wijst altijd hetzelfde uiteinde naar het noorden

A

de noordpool van het magneet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

eigenschappen polen

A

gelijk = afstoten
verschillen = aantrekken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waar is de magneet het sterkst

A

de poolen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Een magnetische kracht kan je afschermen

A

Een magnetische kracht kan je afschermen door andere magnetische stoffen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Kan je de polen scheiden
door een magneet te breken?

A

Als je een magneet breekt krijg je 2 nieuwe magneten de polen zijn nooit alleen verkrijgbar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is magnetische influentie

A

Als je een stuk ijzer bij een magneet doet krijgt dat stuk ijzer ook magnetische eigenschappen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

De magnetische veldsterkte B in een punt P

A

aangrijpingspunt p
de richting van de kompas naald in P
de zin waarvan de noordpool van de kompas wijst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Eenheid B

A

Tesla (T)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Tekeningen rood en groen

A

rood = noordpool
groen = zuidpool

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe lopen de magnetische veldlijnen

A

Van de noordpool naar de zuidpool
te tekenen in elk punt van het veld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Waar is B het grrots

A

aan de uiteinden van de staafmagneet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

B en de veldlijnen in een homogeen veld

A

De veldlijnen lopen evenwijdig waardoor B overal even groot is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Tekenen veldlijnen loodrecht op blad

A

Uit het blad = cirkel met punt
In het blad = cirkel met kruis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Kunnen veldlijnen elkaar snijden

A

nee ,want dan zouden er in dat snijpunt 2 verschillend magnetische veldsterktevectoren zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Richting en zin van de veldlijnen van een magnetisch veld opgewekt door elektrische stroom.

A

De zin van de veldlijnen vind je met de rechterhandregel voor de rechte geleider. (Duim volgt zin van de stroom.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Grootte van de magnetische veldsterkte

A

B re I
B re 1/r
hieruit volgt
B = constante I/r
B = µ *I/2 pi r

18
Q

constante groote B

A

is afhankelijk van de soort stof waarin de geleider zich bevindt.
= µ/2pi
µ = permeabiliteit en in vacum/lucht = 1.2610-6 Tm/A

19
Q

Betekenis magnetisch veldsterkte

A

is een vectoriele grootheid die de eigenschappen van een magnetisch veld rondom een permanent magneet of een elektromagneet beschrijft

20
Q

Cirkelvormige geleider

21
Q

meerdere windingen

A

spoel of solenoïde

22
Q

rechterhandregel spoel

A

rechterhand rond de spoel zodat de vingers de zin van de stroom volgen de duim wijst de noordpool aan

23
Q

Veldlijnen bij een spoel

A

Buiten de spoel lopen de veldlijnen rond de spoel en identiek aan dat van een staafmagneet
Binnen in loopen de veldlijnen in een homogeen veld

24
Q

Als je de zin van een stroom door een spoel omkeerd dan

A

keert de zin van de veldlijnen om

25
magnetische veldsterkte in een spoel
in de speol is B constant B = µ * IN/L magnetische permeabiliteit in een vacum =4pi * 10-7 Tm/A
26
kunnen niet magnetisch stoffen de veldsterkte in een electromagneet beinvloedne
j amaar minder dan magnetische
27
De mate waarin een stof het veld beinvloed is
µ In tabellen wordt meestal µr de relatieve permeabiliteit gegeven µr =µ/µ0 waarbij µ0 permeabiliteit in vacum
28
De relative permeabiliteit
meestal rond 1 bij magnetische stoffen meestal 10³ of meer
29
diamagnetische stoffen
µr kleiner dan 1 verkleint de magnetische veldsterkte koper zilver zink
30
paramagnetische stoffen
µr groter dan 1 vergroot de magnetische veldsterkte aluminium zuurstof
31
ferromagnetische stoffen
µr veel groter dan 1 vergroot de magnetische veldsterkte met heel veel nikkel, kobalt
32
magnetisch veld elektronen
De elektronenn in atomen bewegen in een cirklebanige vorm rond de kern door die beweging veroorzaken ze een magnetisch veld
33
Bij somiige stoffen zijn de atomen dicht bij elkaar in dezelfde zin
waardoor hun magnetsiche velden zich samenstellen tot een lokaal sterker veld, de zogenaamde weissgebieden
34
Weissgebied:
Weissgebied: het is groot t.o.v. een individueel atoom, maar klein t.o.v. het metaal.
35
Door het aanleggen van stroom in de spoel rond het metaal,
worden de weissgebieden gedwongen dezelfde oriëntatie aan te nemen: de magnetische veldsterkte in de spoel stijgt dan.
36
verwijderen uitwendig veld oorsprong magneten
Bij ijzer, nikkel, kobalt en alle andere ferromagnetische stoffen blijft de magnetische veldsterkte van de atomen dezelfde richting en zin behouden als het uitwendige veld wegvalt. Er blijft netto een magnetisch veld: we hebben een permanente magneet. Stoffen zoals weekijzer, behouden de magnetische eigenschappen niet als het uit-wendige veld wegvalt.
37
Bij ferromagnetische stoffen is er een ordening van de atomaire dipolen in bepaalde gebieden.
Een stuk ijzer (of een andere ferromagnetische stof die ijzer, kobalt of nikkel bevat) bestaat daardoor uit heel kleine magnetische gebiedjes, waarbij de dipolen dezelfde richting hebben. Dat noem je weissgebieden.
38
De magnetische eigenschappen van ferromagnetisch materiaal ontstaan als gevolg van de
beweging van elektronen, die negatieve ladingen zijn.
39
De elektronenbanen rond de kern en de elektronspin
wekken kleine magnetische dipooltjes op.
40
Bij ferromagnetische stoffen zijn die atomaire dipooltjes geordend in bepaalde gebieden,
de weissgebieden. Net zoals (op macroscopisch niveau) bij elektromagneten wekken bewegende ladingen (op microscopisch niveau) een magnetisch veld op.
41
Ferromagnetische stoffen worden gemagnetiseerd door Die magnetisatie kan
de oriëntatie van weissgebieden onder invloed van een extern magnetisch veld. tijdelijk (week ijzer) of langdurig (sterk ijzer) zijn.
42
Permanente magneten worden gedemagnetiseerd als
als de ordening van de weissgebieden wordt opgeheven door hitte, mechanische schokken of een tegengesteld magnetisch veld.