Dutch > 7. how to count > Flashcards
nul
0
één
1
twee
2
drie
3
vier
4
vijf
5
zes
6
zeven
7
acht
8
negen
9
tien
10
elf
11
twaalf
12
dertien
13
veertien
14
vijftien
15
zestien
16
zeventien
17
achttien
18
negentien
19
twintig
20
eenentwintig
21
tweeëntwintig
22
drieëntwintig
23