Mensen die in Brussel/ Belgie/Vlaanderen/Wallonie wonen
Brusselaar(s)
Belg(en)
Vlaming(en)
Waal (Walen)
French speaking culture
Franstalige cultuur
independent
onafhankelijke
Zij is een onafhankelijke vrouw die haar eigen beslissingen neemt.
(She is an independent woman who makes her own decisions.)
Het land is sinds 1945 onafhankelijk van buitenlandse invloed.
(The country has been independent of foreign influence since 1945.)
to swear, to curse
swearwords
schelden
het scheldwoord
Hij begon te schelden toen hij zijn sleutels niet kon vinden.
(He started to swear when he couldn’t find his keys.)
Scheldwoorden zijn niet gepast in een professionele omgeving.
(Swear words are not appropriate in a professional environment.)
Belgie +Nederland
De Lage Landen
football world cup
wereld kampioenschap voetbal
to call” or “to name, to mention
noemen
We noemen onze nieuwe hond Max.
(We are naming our new dog Max.)
Hij noemde een paar goede redenen om te verhuizen.
(He mentioned a few good reasons to move.)
Nobel Prize winner of Literature
Nobelprijswinnar van Literatuur
artist
de kunstenaar, de artiest
singer
de zanger (male)
de zangeres (female)
author
de auteur, de schrijver
musician
de muzikant
saxofonist
trompetist
violist
pianist
De scheldworden
These are Dutch slang and swear words, often used to express frustration, anger, or insult. Here’s an explanation of each term:
These words vary in intensity, with some being mild and others quite strong or offensive. It’s important to be mindful of the context and audience when using them.
acrobat
actor
dancer
director
draftsman
painter
acrobaten
acteur
danser
regisseur
tekenaar
schilder
soon” or “quickly
gauw
Ik moet gauw vertrekken, anders kom ik te laat.
(I need to leave soon, or I will be late.)
Ze werkt gauw en maakt weinig fouten.
(She works quickly and makes few mistakes.)
tower
de toren(s)
to suffer
lijden
Hij lijdt aan een ernstige ziekte.
(He is suffering from a serious illness.)
Zij lijdt veel onder de druk van haar werk.
(She suffers a lot under the pressure of her work.)
to cry
wenen, huilen
red devils
rode duivels
to burn
branden
Het huis begon te branden na de blikseminslag.
(The house started to burn after the lightning strike.)
De kaarsen branden op de tafel.
(The candles are burning on the table.)
“Branden” can also be used figuratively, for example, to express strong emotions or desires:
Hij brandt van nieuwsgierigheid.
(He is burning with curiosity.)
to die
sterven
Zijn opa is vorig jaar gestorven.
(His grandfather died last year.)
De plant is gestorven door gebrek aan water.
(The plant died due to a lack of water.)
the sad summer”
de droeve zomer
Na het verlies van haar moeder herinnerde ze zich de droeve zomer die volgde.
(After the loss of her mother, she remembered the sad summer that followed.)
In the past, my children never stayed in after-school care
Vroeger bleven mijn kinderen nooit in de naschoolse opvang
to point, to show
wijzen
Hij wijst naar de kaart op de muur.
(He points to the map on the wall.)
De leraar wees ons op een fout in de tekst.
(The teacher pointed out a mistake in the text.)
Alle tekenen wijzen erop dat het gaat regenen.
(All signs indicate that it will rain.)