8.3 Flashcards

(10 cards)

1
Q

4 concrete gevolgen van sociale mobiliteit

A
  1. Onderwijs (kinderen van hoogopgeleide ouders presteren vaak beter).
  2. Cultuur en vrije tijd (verschil in vrijetijdsbesteding).
  3. Politiek (verschil in deelname).
  4. Gezondheid (verschil in levensverwachting).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Electorale politieke participatie

A

Heeft te maken met de verkiezingen, zoals stemmen en posters ophangen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Niet electorale politieke participatie

A

Invloed uitoefenen op de besluitvorming anders dan via de verkiezingen, zoals opiniemakers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Instrumentele visie op participatie

A

Politieke participatie als een middel om besluiten te nemen. Betrokkenheid van burgers is belangrijk maar geen doel op zich.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Ontwikkelingsvisie op participatie

A

Participatie als doel op zich. Meer participatie is goed en goed voor de democratie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Sociale uitsluiting

A

Wanneer er sprake is van 1 of meer van de volgende bestanddelen: beperkte sociale/politieke participatie, beperkte normatieve integratie, tekort aan materiële goederen, geringe toegang tot sociale grondrechten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Harmoniemodel

A

Overeenstemming bereiken door middel van overleg.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Conflictmodel

A

Beïnvloeding via de media, betogingen en stakingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

4 gevolgen van conflicten

A
  1. Sociale cohesie op mesoniveau (bijv. schoolstrijd).
  2. Sociale cohesie op macroniveau (bijv. gematigde vs radicale boeren).
  3. Sociale verandering (bijv. verandering in wetgeving).
  4. Machtsevenwicht (bijv. Amerikaanse politiek).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Doelmatigheid vs. Rechtvaardigheid

A

Het spanningsveld (trade-off) waarbij meer gelijkheid kan leiden tot minder economische prikkels en efficiëntie, en andersom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly