Avoir
Hebben
J’ai
Ik heb
Tu as
Jij hebt
Il a
Hij heeft
Elle a
Zij heeft
On a
Wij hebben, men heeft
Nous avons
Wij hebben
Vous avez
Jullie hebben, u heeft
Ils ont
Zij hebben (m)
Elles ont
Zij hebben (v)
Tu as quel âge?
Hoe oud ben je
J’ai treize ans
Ik ben dertien jaar