begrippen Flashcards

(31 cards)

1
Q

vermogensrecht

A

omvat regels over rechten die tot het vermogen van de mensen of van een rechtspersoon behoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

vermogensrecht in objectieve zin

A

alle geschreven en ongeschreven regels van dat rechtsgebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

vermogensrecht in subjectieve zin

A

een specifiek vermogensrecht dat aan een bepaald persoon toebehoort

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

absoluut recht

A

doet een relatie ontstaan tussen een rechtssubject en een goed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

relatief recht

A

staat in juridische relatie met een ander rechtssubject dat tegenover hem een verplichting dient na te komen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

gewoon feit

A

feiten waaraan geen rechtsgevolgen verbonden zitten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

rechtsfeit

A

feitelijke gebeurtenissen waaraan het recht consequenties verbindt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

rechtens relevante handeling

A

handeling of gebeurtenis van een persoon waaraan het recht gevolgen verbindt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

bloot rechtsfeit

A

feiten die ontstaan door toeval zonder dat iemand hier invloed op heeft gehad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

rechtshandeling

A

handelingen die verricht worden door de handelende persoon met het oog op het rechtsgevolg dat eraan is verbonden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

feitelijke handelingen

A

handelingen die geen rechtsgevolg hebben dat onafhankelijk is van het feit of de handelende persoon dit heeft beoogd of niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

meerzijdige rechtshandeling

A

rechtshandeling waarbij wilsverklaringen van meerdere personen samenkomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

eenzijdige rechtshandeling

A

de rechtshandeling is de wilsverklaring van een persoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

overige meerzijdige rechtshandeling

A

dat is een rechtshandeling waarbij twee of meer personen samen een juridisch gevolg willen bereiken, maar die niet onder de standaard categorieën (zoals overeenkomst) valt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

eenzijdig niet-gerichte rechtshandeling

A

een rechtshandeling die niet gericht is tot een persoon, voor de geldigheid ervan hoeft het dus ook niet ter kennis van een ander te komen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat zijn de vereisten van dwaling?

A
  • een van de gevallen van art. 6:228 BW
  • onjuiste voorstelling van zaken
  • causaal verband
  • er moet voldaan zijn aan het kenbaarheidsvereiste
17
Q

wat zijn de vereisten voor geveltype sub b van art. 6:228 BW?

A
  • de wederpartij is van bepaalde feiten op de hoogte
  • de wederpartij weet of behoorde te weten dat het punt in kwestie voor de dwalende van belang is
  • wederpartij moet er rekening mee houden dat de koper dwaalt
  • de wederpartij had naar maatschappelijke opvattingen de dwalende behoren in te lichten
18
Q

richtlijnen om te kijken waar de mededelingsplicht ophoudt en de onderzoeksplicht begint

A
  • wie een onjuiste mededeling doet, kan zich in beginsel niet erop beroepen dat de dwalende zelf op onderzoek had moeten uitgaan.
  • iemand die zijn mededelingsplicht schendt, kan zich niet beroepen op ontbreken van onderzoek
  • bij wederzijdse dwaling ligt nadruk op onderzoeksplicht
19
Q

wat zijn de vereisten voor bedrog

A
  • onjuiste mededeling, een opzettelijke verzwijging of een andere kunstgreep
  • causaal verband: door bedrog bepaalde rechtshandeling verricht
  • opzet
20
Q

wat zijn de vereisten van bedreiging?

A
  • een ander bedreigen met enig nadeel
  • bedreiging moet een onrechtmatig karakter hebben
  • causaal verband tussen de bedreiging en de rechtshandeling: als een redelijk oordelend mens zich door de dreiging beïnvloed zou voelen is het causaal verband aanwezig.
21
Q

wat zijn de vereisten van misbruik onder omstandigheden?

A
  • bijzondere omstandigheid
  • causaal verband tussen omstandigheid en het verrichten van de rechtshandeling
  • de wederpartij moet de totstandkoming van de rechtshandeling hebben bevorderd (aandringen)
  • kenbaarheidsvereiste
  • misbruikvereiste: wordt er misbruik gemaakt van de omstandigheden?
22
Q

toedoen-beginsel

A

wie zelf de schijn wekt dat iemand namens hem mag handelen, kan daar later aan gebonden zijn.

23
Q

correctie langemeijer

A

als het relativiteitsvereiste ontbreekt, kan benadeelde proberen zijn vordering tot schadevergoeding te baseren op schending van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm

24
Q

voorwaarden onrechtmatige hinder

A
  • aard, ernst en duur van hinder
  • de daardoor toegebrachte schade
  • gewicht van de belangen
  • de mogelijkheid om maatregelen ter voorkoming te nemen
  • plaatselijke gebruiken en omstandigheden
25
wat zijn de vereisten van od?
- onrechtmatigheid - toerekenbaarheid - causaliteit - schade - relativiteitsvereiste
26
welke drie vereisten zijn gesteld aan het relativiteitsvereiste?
- benadeelde moet behoren tot de kring van personen die de geschonden norm beoogde te beschermen. - geschonden norm dient tot doel te hebben gehad om de benadeelde te beschermen tegen de soort schade die hij heeft geleden. de schade van de benadeelde dient te zijn veroorzaakt op een wijze die de geschonden norm beoogde,
27
wat zijn de vereisten voor kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren
- moet gaan om bezitter van het. dier - schade is aangericht door het dier (causaal verband) - dier handelt uit eigen energie - tenzij regeling: had hij het beroep kunnen doen indien het het dier zijn macht heeft gehad.
28
wat zijn de vereisten voor zaakwaarneming?
- sprake moet zijn van behartigen van iemand anders belang - zaakwaarnemer moet zich willens en wetens met de behartiging inlaten - voor de behartiging moet een redelijke grond bestaan - behartiging moet niet steunen op een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding
29
verplichtingen van de zaakwaarnemer?
- zorgplicht - voortzettingsplicht - overige plichten: verantwoording afleggen en doen van schade
30
abstracte schadebegrip
- dekkingskoop - dekkingsverkoop - ondeugdelijke levering - zaaksbeschadiging
31