gewrichten gebaseerd op structuur
gewrichten gebaseerd op functie
fibrous gewrichten
In fibrous gewrichten, worden de botten bij elkaar gehouden door de collageen vezels van
bindweefsel. De bewegingen die mogelijk zijn hangt ad van de lengte van de bindweefsel
vezels. De meeste van deze gewrichten kun je niet bewegen, sommige kun je een heel klein
beetje bewegen. Bij dit type gewricht is er geen joint cavity.
fibrous joints Er zijn drie types fibrous
gewrichten.
o Dit betekent letterlijk naad en deze soort is alleen in de schedel te vinden.
o Dit weefsel hecht de lamellen aan elkaar, wanneer je ouder bent verkalken de
bindweefsel vezels. In die fase heten ze synostoses.
o Dit gewricht kun je vanzelfsprekend niet bewegen.
o In dit type gewricht zijn de botten uitsluitend gehecht door ligamenten, kabels
van fibrous weefsel.
o De mate van beweging in zo’n gewricht ligt aan de lengte van zo’n kabel.
o Deze komen voor in de aanhechting van de fibula en tibia, hier is niet vele
beweging mogelijk.
o Ook komen deze voor in de aanhechting van de ulna en radius, deze kunnen
geheel over elkaar heen draaien, deze kabels zijn daar dus langer
o Dit is een speciaal gewricht, wat vertaald kan worden naar ‘peg in socket’.
o Hiervan is het enige voorbeeld de tanden die in je kaak zitten.
o De ligamenten binding wordt daar ook wel de periodontal ligament.
cartilaginous joints, gewricht met kraakbeen
In deze variant van gewrichten, is er sprake van een gewricht met kraakbeen. Bij dit type
gewricht is er ook geen sprake van een joint cavity en zijn de gewrichten niet erg bewegelijk.
Er zijn twee types van kraakbeengewrichten.
Er zijn twee types van kraakbeengewrichten.
Synovial joints have a fluid-filled joint cavity
In dit type gewricht worden de botten gescheiden door een fluid-containing joint cavity. Door
deze samenstelling is er veel vrijheid om te bewegen. Vrijwel alle gewrichten van de
ledematen van het menselijk lichaam vallen in deze categorie.
Synovial joinst hebben in totaal zes specifieke kenmerken.
Articular cartilage
o Een doorzichtig en glad hylaline kraakbeen bedekt de tegenoverstaande
botoppervlakken. Dit zorgt voor een schokdemping die voorkomt dat de
botuiteindes versplinteren.
o Alleen synovial joints hebben dit.
o Deze holte bevat een klein beetje synovial fluid.
o Dit is een holte die potential is, hij is meestal eigenlijk niet te zien.
Deze ruimte kan zich vergroten als het vocht toeneemt.
Dit zien we bij ontstekingsreacties.
o De joint cavity is afgesloten door een dubbellaags articulair kapsel.
De sterke buitenste laag bestaat uit dense irregular connective tissue,
oftewel fibrous layer. Dit versterkt het gewricht zodat het niet uit elkaar
getrokken wordt.
De binnenste laag is een synovial membrane die bestaat uit loose
connective tissue.
De functie van dit membraan is het produceren van synovial
fluid.
o Deze vloeistof zit in de ruimte in het gewricht.
o Wordt gemaakt door het synovial membraan.
o Dit zijn vaak capsulair ligaments, dit zijn verdikte delen van de fibrous laag.
o In andere gevallen zijn ze buiten het kapsel te vinden, als extracapsular
ligaments.
o Hypermobiele mensen hebben langere en rekbaardere ligamenten in
vergelijking tot andere.
o Synovial joints zijn goed uitgerust met sensoren en zenuw vezels.
o De meeste van deze vezels houden de stand van het gewricht en de
rekbaarheid in de gaten.
Sommige synoviale gewrichten hebben nog andere specifieke karakteristieken.
Zoals de
heup, die een fatty pad tussen het synovial membraan en de fibrous layer heeft. De knie
heeft nog een extra disc fibro cartilage, de miniscus. Dit maakt het gewricht stabieler, de
druk kan namelijk beter verdeeld worden. Ook zorgt dit ervoor dat het knie gewricht minder
te verduren heeft omdat de botten zo beter op elkaar kunnen passen
Bursae en tendon sheaths ; bursae of slijmbeurzen
Deze bursae of slijmbeurzen zitten voornamelijk op plekken waar gewrichten over elkaar
kunnen schuren. Over de slijmbeurzen zitten dan peesbanden die over de gehele pees heen
lopen. Dit is om wrijving te voorkomen, deze tendon sheaths komen veel voor in de pols,
waar er meerdere pezen dicht op elkaar zitten.
De stabiliteit van een synovial gewricht hangt sterk af van de volgende drie factoren
Movements allowed by synovial joints
Er zijn drie verschillende types van bewegingen.
o Gliding is wanneer een plat, of vrijwel plat botoppervlak glijdt over een ander
botoppervlak.
o Dit gebeurt zonder een hoek of draaiing.
o Denk hierbij aan het heen en weer bewegen van je hand, de botten in je pols
gliden dan.
o Met deze beweging verklein of vergroot je de hoek tussen twee botten.
Flexion
Een buigbeweging die de articulating botten dichter bij elkaar
brengt. De hoek tussen de botten wordt verkleind.
Bijvoorbeeld je hoofd op je borst leggen, of naar voren buigen
met je rug.
Extension
Het tegenovergestelde van flexion.
De beweging langs de saggital plane die de hoek tussen de
botten vergroot.
o Hyperextension
Wanneer je een extensie beweging maakt die
verder gaat dan de anatomische positie.
Abduction
Een beweging van het de median plane weg.
Adduction
Het tegenovergestelde van abduction.
Een beweging naar de median plane toe.
Circumduction
De beweging van een ledemaat zodat het een rondje maak
Rotatie is het draaien van het bot om zijn eigen as.