Estoy de vacaciones
Ik ben op vakantie
Tengo vacaciones
Ik heb vakantie
Ya he vivido aquí durante tres años
Ik woon al drie jaar hier
Nevar
sneeuwen
Caramba!
Amai
Hace frio hoy (normal)
Het is koud vandaag
Hace frio hoy (invertido)
Vandaag is het koud
Brillar
schitteren
Congelar
bevriezen
Marcador
marker, stift
Dinero
Het geld
Vaso
Het glas
Cuchillo
Het mes
Trapo
Het doek
servilleta
Het servet
Semana
Week
Feliz
Gelukkig
Triste
Triest, treurig
Molesto
Overstuur
Silencioso
Stil
Con miedo
Bang
Com verguenza
Beschamend
Sentarse
Zitten - Ik zit op de stoel - De kat zit op de tafel
Acostarse (lie down)
Liggen - Ik lig op het bed - De fles staat op de tafel