een speelplaats
une cour
een rug
un dos
een zoon
un fils
een dochter
une fille
een bed
un lit
een oor
une oreille
een voet
un pied
een hoofd
une tête
een buurman
un voisin
een buurvrouw
une voisine
moeten : hij moet
devoir : il doit
blijven
rester
terugkomen
revenir
erg
grave
slecht
mal
ziek
malade
gedurende, tijdens
pendant
enkele, enige
quelque(s)