De verlichting Flashcards

(11 cards)

1
Q

doel:

A

vrijheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

ideologische stelsels:

A

nadruk vrijheid: liberalisme
nadruk gelijkheid: Socialisme

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Maatregelen Napoleon POSITIEF:

A

*alle mannen=voor de wet
*scheiding godsdienst en staat
–>burgelijke huwelijk
–>promotie verdienst en niet op afkomst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Maatregelen Napoleon NEGAITIEF:

A

*vrouwen niet gelijk aan mannen
*Napoleon absolute heerser
*slaverij

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Maatregelen tot vandaag:

A

*Eenmaking van maten en gewicht (metrischstelses = tiendeling)
*rechtshoud en op de wegen
*burgelijke stand/vaste achternaam
*huisnummer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

ontsnappen landen Napoleon:

A

VK, Portugal, Rusland, Ottomaanse rijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

ideeëngoed van Filosofen:

A

*alle mensen zijn vrij en gelijk geboren
-voor liberalen–> enkel rechtgelijkheid

*volksovereiniteit= de mcht komt toe aan het volk (democratie
–> gebeurt via gekozen volkstegenwoorders(parlement)

*Om een dictatuur te vermijden, worden de staatsmachten gescheiden
-wetgevende macht (parlement)
-uitvoerende amcht (regering)
-rechtelijke macht (rechters)

*belangrijkste rechten en vrijheden zijn vastgelegd in de grondwet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Adam smith:

A

*motor v.d. economie: zoveel mogelijk winst

*rol v.d. staat: mens zo vrij mogelijk laten, weinig tussenkomst

*2 onzichtbare krachten:
-de wet van vraag en aanbod
-onderlinge concurrentie

*taken overheid: protectionisme

*positieve functie rijkdom en bezit: prikkel voor harder en efficiënt te werken

*productiemiddelen= alles wat je nodig hebt om iets te maken
–>privaat bezit in liberaal-economisch systeem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Nationalisme:

A

eigen volk centraal
hoord bij ‘volk’:
-werkplaatsn afkomst, taal, grondgebied, godsdiensr, huidskleur, waarden en normen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

etnische nationalisme:

A

*samenhorigheidsgevoel door dezelfde etnische groep (afkomst, taal, geloof, cultuur, uiterlijk)

*willen honogerestaat
-minderheiden te assinileren (ied. nationale taal, etc)
-minderheid te verdrijven (etnische suivering)
-minderheden uit te roeien (genocide)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

staats nationalisme:

A

*mensen van een bepaald land, ongeacht etnische afkomst delen bepaalde waarden waardoor hun identiteit en samenhangehidsgevoel bepaalt wordt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly