doel:
vrijheid
ideologische stelsels:
nadruk vrijheid: liberalisme
nadruk gelijkheid: Socialisme
Maatregelen Napoleon POSITIEF:
*alle mannen=voor de wet
*scheiding godsdienst en staat
–>burgelijke huwelijk
–>promotie verdienst en niet op afkomst
Maatregelen Napoleon NEGAITIEF:
*vrouwen niet gelijk aan mannen
*Napoleon absolute heerser
*slaverij
Maatregelen tot vandaag:
*Eenmaking van maten en gewicht (metrischstelses = tiendeling)
*rechtshoud en op de wegen
*burgelijke stand/vaste achternaam
*huisnummer
ontsnappen landen Napoleon:
VK, Portugal, Rusland, Ottomaanse rijk
ideeëngoed van Filosofen:
*alle mensen zijn vrij en gelijk geboren
-voor liberalen–> enkel rechtgelijkheid
*volksovereiniteit= de mcht komt toe aan het volk (democratie
–> gebeurt via gekozen volkstegenwoorders(parlement)
*Om een dictatuur te vermijden, worden de staatsmachten gescheiden
-wetgevende macht (parlement)
-uitvoerende amcht (regering)
-rechtelijke macht (rechters)
*belangrijkste rechten en vrijheden zijn vastgelegd in de grondwet
Adam smith:
*motor v.d. economie: zoveel mogelijk winst
*rol v.d. staat: mens zo vrij mogelijk laten, weinig tussenkomst
*2 onzichtbare krachten:
-de wet van vraag en aanbod
-onderlinge concurrentie
*taken overheid: protectionisme
*positieve functie rijkdom en bezit: prikkel voor harder en efficiënt te werken
*productiemiddelen= alles wat je nodig hebt om iets te maken
–>privaat bezit in liberaal-economisch systeem
Nationalisme:
eigen volk centraal
hoord bij ‘volk’:
-werkplaatsn afkomst, taal, grondgebied, godsdiensr, huidskleur, waarden en normen
etnische nationalisme:
*samenhorigheidsgevoel door dezelfde etnische groep (afkomst, taal, geloof, cultuur, uiterlijk)
*willen honogerestaat
-minderheiden te assinileren (ied. nationale taal, etc)
-minderheid te verdrijven (etnische suivering)
-minderheden uit te roeien (genocide)
staats nationalisme:
*mensen van een bepaald land, ongeacht etnische afkomst delen bepaalde waarden waardoor hun identiteit en samenhangehidsgevoel bepaalt wordt