design thinking Flashcards

(24 cards)

1
Q

Wat is design thinking?

A

Een mensgerichte, creatieve en iteratieve methode om complexe (wicked) problemen op te lossen. Combineert empathie, creativiteit en analytisch denken om gebruiksvriendelijke oplossingen te maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn ‘wicked problems’?

A

Complexe, slecht gedefinieerde problemen zonder duidelijke oplossing. Kenmerk: geen eenduidig antwoord en moeilijk af te bakenen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat betekent het dat design thinking iteratief is?

A

Het proces is niet lineair; je gaat steeds terug naar eerdere fases op basis van feedback en nieuwe inzichten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarom is iteratie belangrijk in design thinking?

A

Omdat oplossingen continu worden verbeterd en beter aansluiten op gebruikersbehoeften door feedback.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke kernprincipies zijn er binnen design thinking?

A
  1. Mensgerichtheid
  2. Iteratief proces
  3. Samenwerking
  4. Creativiteit en experimentatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is het doel van mensgerichtheid in design thinking?

A

Begrijpen van behoeften, gedrag, gedachten en problemen van gebruikers om betere oplossingen te ontwerpen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Waarom is samenwerking belangrijk in design thinking?

A

Multidisciplinaire teams zorgen voor verschillende perspectieven en betere oplossingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waarom zijn creativiteit en experimentatie belangrijk?

A

Om nieuwe ideeën te bedenken en snel te testen via prototypes.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zijn de vijf fases van design thinking?

A

Empathize, Define, Ideate, Prototype, Test.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het doel van de empathize-fase?

A

Diep inzicht krijgen in de gebruiker: behoeften, wensen en problemen begrijpen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat gebeurt er in de empathize-fase?

A

Je verzamelt informatie over gebruikers door observatie, interviews en inleving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het doel van de define-fase?

A

Een duidelijke en gerichte probleemstelling formuleren op basis van inzichten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wanneer keer je terug naar de define-fase?

A

Als testen of prototypes laten zien dat het probleem verkeerd of onvolledig is gedefinieerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is het doel van de ideate-fase?

A

Brainstormen en zoveel mogelijk creatieve oplossingen bedenken voor het probleem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Waarom is ideate belangrijk?

A

Meer ideeën vergroten de kans op een goede oplossing.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wanneer ga je terug naar de ideate-fase?

A

Als oplossingen niet werken na testen of prototyping.

17
Q

Wat is het doel van de prototype-fase?

A

Ideeën tastbaar maken in eenvoudige (low-fidelity) modellen.

18
Q

Waarom zijn prototypes vaak simpel?

A

Omdat ze snel en goedkoop aangepast moeten kunnen worden.

19
Q

Wat gebeurt er in de prototype-fase?

A

Je bouwt een eerste versie van de oplossing om te testen.

20
Q

Wanneer keer je terug naar de prototype-fase?

A

Na feedback om verbeteringen door te voeren.

21
Q

Wat is het doel van de test-fase?

A

Feedback verzamelen van gebruikers om te zien wat werkt en wat niet.

22
Q

Wat leer je in de test-fase?

A

Welke onderdelen goed werken en wat verbeterd moet worden.

23
Q

Waarom leidt testen vaak tot eerdere fases?

A

Omdat feedback laat zien dat ideeën, prototypes of probleemstellingen aangepast moeten worden.

24
Q

Wat is een belangrijk kenmerk van het hele design thinking proces?

A

Het is cyclisch: fases beïnvloeden elkaar en worden herhaald.