endogene processen: H5 Flashcards

(30 cards)

1
Q

wat zijn 2 principes bij de opmaak van de geologische tijdschaam

A
  1. absolute datering: Hoe oud?
  2. Relatieve datering: ouder/jonger dan
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is het pricipe van de absolute datering

A

levende organisme bevatten radioactieve moederatomen

na afsterven organisme omgezet in niet-radioactieve dochterelementen. omzetting via halveringstijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

welke principes algemeen heb je van de relatieve datering

A
  • oorspronkelijke horizontaliteit
  • superpositie
  • kantelingen/breuken/plooien
  • magmatische gesteenten (intrusie)
  • biologische evolutie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

in wat is de biologische evolutie opgedeeld

A
  • fossielen
  • eenvoudig vs complexe levensvorm
  • gidsfossielen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat is principe oorspronkelijke horizontaliteit

A

lagen worden normaal horizontaal afgezet in oceanen, op zeebodems en rivierbedding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is het principe van superpositie

A

onderste laag ouder dan de erboven liggende laag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat is het principe van kantelingen, breuken en plooien

A

kantelingen, breuken en plooien zijn JONGER dan de afzetting van de lagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat is het principe van magmatische gesteenten

A

deze zijn jonger dan de er rond liggende gesteenten

=> intrusie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

aan wat is intrusie gelijk

A

gesmolten gesteenten door bestaand, vaste gesteente in aardkorst drinkt, waardoor gestolt magma dus tussen andere steen ligt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat is het principe van fossielen

A

een gesteentelaag is even oud als de fossielen die erin voorkomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

def fossiel

A

bewaard gebleven overblijfsel, afdruk of spoor van een organisme dat in het verleden leefde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

aan welke voorwaarde moet voldaan zijn om van een fossiel te spreken

A

moet direct na afsterven, afgesloten worden van O²

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat is het principe van eenvoudig vs complexe levensvormen

A

gesteenten met fossielen van eenvoudige levensvormen zijn OUDER dan gesteenten met fossielen van complexere levensvormen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat zijn gidsfossielen

A

sommige dier-en plantensoorten komen wijdverspreid voor maar hebben slechts een beperkte tijd geleefd en zijn daardoor heel karakteristiek voor bepaalde tijdsperioden

=> makkelijk voor absolute datering

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat is het discordantievlak

A

het scheidingsvlak tussen jongere gesteentelagen die een andere structuur hebben, tov oudere lagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat is de paleontologie

A

de wetenschappelijke studie van het leven in het geologische verleden, gebaseerd op de analyse van fossielen

17
Q

hoe is de aarde ooit van gasschijf naar vloeibare massa gegaan?

A

1) gasschijf draait rond de zon
2) afkoeling => vorming vaste deeltjes
3) vorming grote brokstukken (ijs + steen)
4) vorming planetesimalen
5) botsing planetesimalen, versmelting tot protoplaneten

18
Q

hoe is de geosfeer gevormd

A

1) aardoppervlak koelde af
2) zwaarste elementen (Ni + Fe) concentreerden zich in de kern
3) lichtste elementen (Si, Al) stegen nr opp

19
Q

door wat ontstond al het water: de hydrosfeer

A

door inslag van 10 000 kometen (vuile sneeuwballen)

of

waterdamp die ontsnapte uit vloeibare magma, bij afkoeling vormde zich water dat eerste oceanen vulde

20
Q

hoe ging de atmosfeer van giftig nr leefbaar

A

1) ontsnappende gassen uit afkoelende massa vormden 1ste atmosfeer ==> GIFTIG + ONLEEFBAAR

2) 3,5 miljard jaar geleden, vorming O² ontstond microscopische zeeorganismen door fotosynthese

3) 2,2 miljard jaar, O² in atmosfeer, als concentratie hoog genoeg wat, konden aerobe organismen ontstaan/ evalueren.

21
Q

wat is het precambrium (=eon)

A

(90%)

periode van onzichtbare leven

22
Q

wat houdt het Phanerozoïcum (= eon) in

A

10%

periode van het zichtbare leven

23
Q

wat houdt het paleozoïcum (= era) in

A

leven buiten water ontwikkelde, aantal soorten nam sterkt toe

=> cambrische explosie
=> amfibieën meest geëvolueerde wezen aan eind van deze peridoe

24
Q

wat houdt het mesozoïcum (=era) in

A

ontwikkeling reptielen, oa dinosauriërs

uitsterven dino’s markeerde einde van deze periode

25
wat hield het cenozoïcum (= era) in
ontwikkeling zoogdieren en vogels het quatair is het laatste tijdvlak van het cenozoïcum: ontstaan mens
26
hoe ontstonden massa-extincties
door abrupte en negatieve veranderingen in de leefomstandigheden - klimaatveranderingen - vulkanische activiteit - meteorietinslagen
27
bekendste massaextinctie
uitsterven dino's op het einde van het krijt door meteorietinslag
28
welke extinctie was er na de dino's
begin antropoceen => door invloed van de mens (en industriële evulutie) veel soorten verdwenen
29
evolutie bergen enz
doorheen geologische geschiedenis hebben zich verschillende fasen van gebergtevormingen of plooiingen voorgedaan
30
welke 3 plooiingen wnr, wat
1ste: Caledonische plooiing: Schotland en Scandinavisch Hoogland gevormd 2de: Hercynische plooiing: vorming Ardennen, Vogezen en het Zwarte Woud 3de: Alpiene plooiing: meeste gebergten Z-EU en N-AF gevormd