Engels en duits > Engels 4 > Flashcards
Vragen
(To) ask
Antwoord geven
(To) Answer
Interviewen
(To) interview
Leren
(To) learn
Onthouden
(To) remember
Weten
(To) know
Studeren
(To) study
Van plan zijn
(To) be going to
Iets vinden van
(To) think that
Eens zijn
(To) agree