werk proos
1eerste lezing
2verhaal analyse
3 personagevorming
4overleg sceno en choreograaf
5zetproces
6 overleg kostuum/grime
7 doorlopen
8 voorstelling
gestiek
bewust beweging gebaren houdingen van de acteurs
mimiek
gelaatsuitdrukkingen
hypothese
veronderstelling
arbitrair
willekeurig
effectief
doeltreffend
relevant
betekenisvolt
integraal
volledig
significant
belangerijk
consesus
algemeen overeensteming
alternatief
andere optie
associatie
verband
component
onderdeel van een groter geheel
equivalent
gelijkwaardig
marginaal
klein
conservatief
vasthouden aan waarden bepl en normen
flexibel
aanpassen aan dingen
homogeen
eenvormig
regionaal
-dialect
-regiolect
-tussentaal
-standartaal
sociaal
-interessegroep
-geslacht
-ethinsche achtergrond
-sociale klasse
-opleiding
-leeftijd
nationaal
-nederlands-nederland
-belgische nederlands
-surinaamse-nederlands
stilistisch
-informeer en formeel
-spreektalig en schrijftalig
- trendy en archaïsch
taalnorm
regels die in het verleden werden bedacht om nederalndst te standaariseren