2 onderwijsvisies
Sleutelelementen Uitdagende leeromgeving
Rol van de leraar
Leerinhouden
Leerporocessen
Evaluatie
Media
Didactische werkvormen
Hoe de betrokkenheid van kinderen verhogen?
Hoe kinderen een actieve rol laten spelen?
Actief en constructief leren
= een van de didactische handvaten
Integratie
Hoe meer verbanden we leggen tussen de reeds verworven kennis en nieuwe leerinhouden, hoe gemakkelijker we het nieuwe zullen onthouden en weer oproepen
Nieuwe kennis integreren in een cognitief systeem (= structuur v.d. reeds aanwezige kennis)
- Beschikt over een aantal ankerbegrippen dat als kapstok dient om nieuwe elementen een plaats te geven
Cognitief systeem
Nieuwe kennis integreren in een cognitief systeem (= structuur v.d. reeds aanwezige kennis
Hoe integratie bekomen?
o Aansluiten op de voorkennis v. leerlingen voor een leerdomein
o Aanknopingspunten zoeken met andere vakken, buitenschoolse ervaringen,…
Organiseer leerinhouden rond thema’s, belangstellingspunten of projecten
- Gebruik maken v. deze gegevens om nieuwe leerinhouden aan te brengen of toe te passen: zo ervaren leerlingen dat ze een ruimere greep krijgen op de voor hen moeilijk ontwarbare wereld
Integratie bevorderen
o Opfrissen v. vorige lessen
o Samenvattende overzichten maken
o Verbanden leggen
o Situeren in een context
o Gevarieerde situaties gebruiken
Concreet- aanschouwelijk werken
Uiteindelijk ga je verinnerlijken
Aanschouwelijkheidsprincipe
Te maken met de 3 denkniveaus (Concreet-aanschouwelijk, Schematisch en abstract)
Individualiseren
o = een didactisch principe waarbij de leraar ernaar streeft om aan elke leerling vormingskansen te beiden waardoor het kind zich maximaal kan ontwikkelen Elke leerling de beste kansen geven
Differentiëren
Differentiëren versus individualiseren
D = concrete maatregel in de lespraktijk: aanpassen aan de noden van de kinderen (bv.extra instructie of extra verdieping)
I: rekening houden met de eigenheid van het kind (bv. kind met ASS deel van groepswerk alleen maken en daarna wel samen met de groep bespreken)
Leerlinginitiatief
Doelgericht leren
o Leerlingen streven verschillende doelen na; de doelgerichtheid is anders
Taakgericht versus prestatiegericht
▫ Taakgerichtheid: ziet taak als een leerdoel
▫ Prestatiegerichtheid: ziet taak eerder als een situatie waarin hij moet presteren
Zowel leer- als prestatiedoelen = belangrijk beiden aanmoedigen
Interactief leren
o Vygotsky: Denken stimuleren MR ook rekening houden met wat het kind allemaal kan (zone v. actuele ontwikkeling), om dan één stapje verder te gaan (zone v. naaste ontwikkeling) teneinde het kind te stimuleren
o Leren: altijd in interactie met de leraar of door het samenwerken met andere leerlingen
Kinderen leren meer dan datgene waar ze spontaan toe in staat zijn door de hulp v. anderen
Best leren in een sociale context
Zone van actuele ontwikkeling en naaste ontwikkeling
wat het kind allemaal kan (zone v. actuele ontwikkeling), om dan één stapje verder te gaan (zone v. naaste ontwikkeling) teneinde het kind te stimuleren
Werkelijkheidsnabij onderwijs
Sfeer en klasklimaat
De Didactische handvaten
4 vaardigheden geïntegreerd verworven
1) Goed georganiseerde en toegankelijke domeinspecifieke kennis Kennis v. feiten, symbolen, conventies, definities, formules, algoritmen, regels,…
2) Cognitieve strategieën Heuristieken, leerstrategieën,…
3) Metacognitie Alle kennis, opvattingen en overtuigingen rond het eigen cognitief functioneren en allerlei zelfregulatiemechanismen
4) Affectieve componenten v. een leerdomein Emoties, houdingen of overtuigingen
Een competente leerling
Kan kennis ten gepaste tijde benutten en omzetten in vaardigheden