In (acc.)
Naar (binnen) / In
Ad (acc.)
2. Bij
Ante (acc.)
Voor (plaats en tijd)
Apud (acc.)
Bij
Circum / Circa (acc.)
Rond / Rondom
Contra (acc.)
Tegen / Tegenover
Inter (acc.)
2. Tijdens
Per (acc.)
Post (acc.)
2. Na (tijd)
Praeter (acc.)
2. Behalve
Propter (acc.)
Wegens / Om
Trans (acc.)
Aan de overzijde van / Over … heen
In (abl.)
In / Op
A / Ab (abl.)
2. Door (bij het passivum alleen gebruikt bij levende wezens)
Cum (abl.)
Samen / Met
De (abl.)
2. Over / Aangaande
E / Ex (abl.)
Uit
Pro (abl.)
Voor
Sine (abl.)
Zonder
Sub (abl.)
Onder / Aan de voet van …