McGraw ontwikkeling stages:
● Uitleggen hoe Gesell individuele verschillen in ontwikkeling verklaarde
● Wat volgens Gesell de rol van ouders, leraren e.d. was in de ontwikkeling van kinderen
● Op welke wijze Gesell motorische ontwikkeling van kinderen onderzocht (‘behavioral interview’, tweelingstudies)
● Te beschrijven hoe Gesell’s werk het denken over motorische ontwikkeling heeft beinvloedt
● Sterktes en zwaktes te noemen m.b.t. het werk van Gesell
Sterke punten:
Zwakke punten:
● Toe te lichten dat en hoe groeicurves van verschillende delen/weefsels van het lichaam verschillen
● Uitleggen hoe de mate van individuele biologische rijping wordt vastgesteld
Biologische rijping → wordt gemeten door botrijping van een individu. Er worden foto’s gemaakt, meestal van de hand/pols, om te kijken hoever de groeischijven zijn dichtgegroeid. Hier zijn standaarden voor bepaald en dit kunnen ze vergelijken met de chronologische leeftijd.
Meisjes zijn eerder volgroeid dan jongens, zij zitten op zo’n 80% van de skeletleeftijd van meisjes.
● In grote lijnen te vertellen hoe de hersenen veranderen (remodellering neuronen, myelinisatie, hersenvolume, neuronen in de cortex, lateralisatie hemisferen) tijdens de ontwikkeling
Remodellering neuronen:
- Neurale ontwikkeling vindt plaats door verwijdering van overtollige cellen en het remodelleren van nieuwe cellen. de meeste cellen in het ZS beginnen vaak op een andere plek dan waar ze vaak eindigen.
- Grote neuronen worden eerder gemaakt dan kleine neuronen
Myelinisatie
- Voor myelinisatie is de overdrachtssnelheid van neuronen lager. Myeliniseren begint 5-6 maanden voor de geboorte, zowel motorische als sensorische neuronen.
- Myelinisatie vindt ook nog steeds plaats tijdens de pubertijd.
- Myelinisatie vindt plaats van caudaal naar rostraal.
Hersenvolume
- Bij de geboorte is het gewicht van het brein ongeveer 25% van het volwassen brein, 50% bij 6 maanden, 75% bij 2,5 jaar en 90% bij 5 jaar. Het lichaam groeit minder snel
- De onderdelen van het brein groeien op verschillende snelheden en bereiken op verschillende momenten hun maximaal
Neuronen in de cortex
- Primaire motorische en sensorische gebieden ontwikkelen als eerst (waarneming en beweging) en zijn bij 2 jaar redelijk goed ontwikkeld.
- In het 1e levensjaar ontwikkelen de parietaal- en Frontaalkwab snel, in het 2e levensjaar groeien de temporaal- en Occipitaalkwab snel. Het brein blijt zich ontwikkelen tot minimaal 18 jaar.
Laterale hemisferen
- Er is funciedifereniaie tussen de beide hemisferen. Tijdens het leren van vaardigheden gebruiken kinderen beide zijden van de hersenen. De voorkeurshand wordt gekozen tussen 3 en 6 jaar, de andere zijde van het brein wordt dan onderdrukt. Dit is volledig volbracht tussen de 10 en 12 jaar.
● Uitleggen wat Piaget verstaat onder een schema;
● De waarde van Piaget’s ontwikkelingstheorie te schetsen
● Kritische kanttenkeningen te plaatsen bij de ontwikkelingstheorie van Jean Piaget.
werkgeheugen ontwikkeld over de leeftijd:
phonological loop: jongen onthouden geen woorden als ze visueel worden laten zien, oudere wel
jonge kinderen slaan visuele info op, maar doen er niks mee totdat ze ouder worden
locomotie levert een belangrijke bijdrage aan het begrijpen van spatiele relatie omdat:
waarom veroorzaak locomotief juist ene cassade aan ontwikkeling ?
verminderde mobiliteit zal de cognitieve stoornissen zeer waarschijnlijk verergeren omdat het de interactie met de omgeving waarvan bekend is dat deze structurele en functionele verandering in de hersenen aanstuurt, beperkt
peak height velocity =
moment waarop groeisnelheid het hoogst is, specifiek op pubertijd
verantwoordelijk voor verandering volgens verschillende benadering:
ITB: CZS als controller. topdown.
Rijping: DNA. nieuwheid is gepredetermineerd.
EP: relatie tussen kind en omgeving. ontdekken en steeds nauwkeuriger waarnemen van affordances. calibratie en convergentie.
DST: kind als complex dynamisch systeem. ontwikkeling vindt plaats door samenspel factoren (landschap en TGNS)
verschillende benaderingen bijdragen aan beschrijven en of verklaren motorisch ontwikkeling
nativisme en ineractionisme vooral beschrijvend. ITB = beschrijvend en verklarend: CZS als communatiekanal van de informatie. DTS verklaart de regulatie van ontwikkeling door een interactie van factoren. EP verklaar door de interactie van kind en omgeving.
wat ontwikkeling kenmerkt volgens de ITB benadering?
kind als verwerker van info, motorisch mijlpalen spelen hierbij een rol. CZS
volwassen vs kinderen aandacht
volwassen kunnen aandacht beter richten op wat belangrijk is
wickets en benel. waardoor kinderen in de loop van hun ontwikkeling meer info tegelijkertijd verwerken:
respons time:
stimulus tot einde beweging
reaction time:
TIJD VAN HET UITZDENDEN VAN HET SIGNAAL TOT REACTIE
movement time:
tijd voor beweging afmaken
respons time=
reaction + movement time