extras Flashcards

(18 cards)

1
Q

hypothese

A

een veronderstelling over de werkelijkheid die wordt onderzocht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

variabele

A

een meetbare gegeven wat kan variëren van persoon tot persoon of van iets tot iets

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

onafhankelijke variabele

A

oorzaakvariabele

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

correlatie

A

significant verband tussen twee variabelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

casuaal verband

A

een verband met een oorzak-gevolg correlatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

afhankelijke variabele

A

uitkomst variabele

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

interveriërende variable

A

een variabele die je niet bewust onderzoekt, maar wel van invloed kan zijn op de onderzoeksresultaten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

interne validiteit

A

wanneer de onderzoeker meet wat hij wil meten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

onderzoekspopulatie

A

de groep waarover men na het onderzoek een uitspraak wil doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

operationaliseren

A

meetbaar maken van een variabele

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

kwantitatief onderzoek

A

een onderzoeksstrategie dat gericht is op data omzetten in cijfers (tabellen en grafieken.) bedoelt om de hypothese te testen en correlaties te vinden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

kwalitatieve onderzoek

A

een onderzoeksstrategie waarbij data verhalend wordt beschreven.
bedoelt om de verklaring achter een bepaald verband te begrijpen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

indicator

A

aanwijzing voor een variabele waardoor je hem meetbaar kan maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

verstorende variabele

A

een variabele die invloed heeft op je afhankelijke variabele

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

steekproef

A

deel van je onderzoekspopulatie

groep waarover je uitspraak wil doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

validiteit

A

mate waarin een meetinstrument meet wat de onderzoeker wil meten

17
Q

betrouwbaarheid

A

als het onderzoek onafhankelijk is van toeval en vrij van willekeurige meet fouten

bijv dat je bij gewicht verschillende weegschalen gebruikt

18
Q

Onderzoeksvraag

A

Bestaat uit twee variabelen waarvan je ze wil meten

Af en onaf