Eysenck
Biologisch gebaseerde trektheorie
Biologisch gebaseerde trektheorie
Criteria voor identificeren van factoren
Hiërarchie van gedragsorganisatie
van laag naar hoog
- Specifieke handelingen of cognities
- Habituele handelingen of cognities (gewoontes)
- Traits (trekken)
- Types of superfactoren (= vatten een aantal trekken samen)
Drie algemene superfactoren
Biologische basis van persoonlijkheid
Persoonlijkheid als voorspeller - persoonlijkheid en leren
Eysenck (1997): persoonlijkheid en leren
- E: actief en probleem gericht
- I: traditioneel hoorcollege
Persoonlijkheid als voorspeller - persoonlijkheid en ziekte
Verschillende studies vonden een verband tussen persoonlijkheid en ziekte
Dit toont niet aan dat psychologische factoren ziekte veroorzaken, wel dat ze kunnen interageren met andere factoren en zo ev. een hoger risico op ziekte creëren:
Onderzoek -Biologie en persoonlijkheid - extraversie
Bv. Beauducel et al. (2006); Küssner e.a., 2016, Mitchell & Kumari, 2016; Stelmack (1990, 1997): I meer reactief (bij monotone taak hebben E een lagere corticale opwinding en maken meer fouten)
Dornick & Ekehammer (1990), Dobbs e.a. (2011): optimaal niveau van opwinding en prestaties (I lagere optimaal opwindingsniveau dan E)
Plomin & Caspi (1999): erfelijkheid (40-60%)
Onderzoek -Biologie en persoonlijkheid - Neuroticisme
Mincic (2015), Canli (2008), Ormel et al., 2012): neuroticisme en toegenomen activiteit amygdala => meer gevoelig aan negatieve ervaringen
Brumbaugh e.a. (2013), Norris, Larsen & Cacioppo, 200): neuroticisme en meer fysiologische reactiviteit (huidgeleiding: zweten)
Evaluatie biologische gebaseerde theorie Eysenck
Trait en factor theorieën zijn;
- Zeer hoog in het genereren van onderzoek en spaarzaam zijn
- Gemiddeld tot hoog qua falsifieerbaarheid
- Hoog in het organiseren van kennis
- Laag als gids voor de praktijk en wat betreft interne consistentie
Opvattingen over de mensheid