regel van steiner
hoeveel slechter doet een bepaald getal het tov het gemiddelde
∑(xi−c)2i= ∑(xi−x)2+n∗(x−c)2i
En dus ook:
1/𝑛∑(xi−c)2i = 1/𝑛∑(xi−x)2+(x−c)2i
_. _
x y
___
X+Y
Sy2
Sy.x+Sverklaard
Sax+b y
a.sxy
populatiecovariantie
𝜎𝑋𝑌 = 𝐸[𝑋𝑌]− 𝜇𝑋𝜇𝑌
alle waarden van x en y vermenigvuldigen en delen door n, - het gemiddelde van x *Y
b1
rxy x sx/sy
r ax+b
a groter dan nul = rxy
a kleiner dan nul=-rxy
populatiestandaardeviatie
√σX2
= √E[(X − μx)2]
populatievariantie
E[X2 ]− μx2
correlatie
rxy= 1n∑Zx(xi)∗Zy(yi)i
= sxy*sx∗sy
S’2x+y
Sx+Sy+2.Sxy
b0
_ _
y (b1 x)
Sx+y z
Sxz + Syz
S2y.x
gekwadrateerde standaardfout van estimatie
1n∑(yiest−yi)2
S2z(X)
Sz(x)
1