het land (van herkomst)
le pays (d’origine)
de bestuursruimte
la cabine
de airco
la clim
de levering
la livraison
moeilijk
difficile
moe
fatigué(e)
volgend
prochain(e)
overmorgen
aprés-demain
eergisteren
avant-hier
gelukkig
heureusement
opnieuw vertrekken
repartir
naar/in het buitenland
à l’étranger
dat is lang geleden
ça fait longtemps
dat is niet vanzelfsprekend
ce n’est pas évident
twee weken geleden
il y a deux semaines
zijn / haar vakantie doorbrengen
passer ses vacances
wat een avontuur!
quelle aventure!
Engeland
l’Angleterre (vr)
belgië
la Belgique
de Verenigde Staten
les États-Unis (m)
Frankrijk
la France
de herfst
l’automne/en automne
de zomer
l’été / en été
de winter
l’hiver / en hiver