Hebben
avoir
zijn
étre
gaan
aller
komen
venir
worden
devenir
behouden
retenir
praten
parler
beëindigen
finir
groeien
grandir
verdikkeren
grossir
afvallen
maigir
nadenken
réfléchir
slagen
réussir
blozen
rougir
verouderen
viellir
bleek worden
pâlir
klappen, applauderen
applaudir
waarschuwen
avertir
vertrekken
partir
slapen
dormir
liegen
mentir
serveren
servir
ruiken
sentir
verkopen
vendre