globalisering Flashcards

(56 cards)

1
Q

achterland

A

het gebied dat voor de aanvoer en afzet van zijn goederen gericht is op een mainport

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

afwenteling in ruimte en tijd

A

tijd: de kosten van milieu schaden in grote maten worden afgeschoven op de toekomst
ruimte: activiteiten die het milieu aantasten, verplaatst worden naar regio’s met zwakke milieuwetgeving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

andersglobalist

A

tegenstander van huidige globalisering. Zij willen dat het veel meer richt op duurzaamheid en gelijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

backwash-effect

A

negatief effect voor de (semi) periferie doordat het centrum er grondstoffen, kapitaal en arbeidskrachten aan onttrekt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

blokvorming

A

proces waarbij groepen landen aansluiting en steun bij elkaar zoeken om hun positie te versterken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

CBD central business district

A

het zakelijke en commerciële hart van de stad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

culturele diffusie

A

het meer verschillen van cultuur in een gebied door migratie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

de-industrialisatie

A

het afnemen of verdwijnen van industriële activiteit in een regio of land

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

demografische transitie

A

overgang van een situatie met hoge geboorte en sterftecijfers naar een situatie met lage geboorte en sterftecijfer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

economische cluster

A

concentratie van bedrijven die zich richten op een bepaald vakgebied

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

edge city

A

nieuwe groeikern met een gunstige verkeersligging die vooral gericht is op werken, winkelen en recreëren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

fragmentarische modernisering

A

versnipperde technologische vooruitgang in de (semi)periferie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

gentrificatie

A

het proces van sociale en economische opwaardering van oude wijken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

geopolitiek

A

het inzetten van middelen door grootmachten om eigen geografische belangen te behartigen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

getto

A

woonwijk waarvan het grootste deel van de bevolking tot een etnische minderheid hoort.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

global shift

A

de verschuiving van economische activiteiten richting met name Azië

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

globalisering

A

het proces waardoor er in toenemende mate samenhang op de wereld ontstaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

handelsbelemmering

A

een belemmering voor vrijhandel in de vorm van regels of tarieven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

hegemoniale staat

A

een land dat met behulp van middelen een overheersende rol speelt in de wereld orde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

hub-and-spoke-netwerk

A

een mainport met zijn aan- en afvoerlijnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

innovatie

A

ontwikkeling en invoering van nieuwe of verbeterde goederen of diensten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

internationale dienstverlening

A

Het verlenen van diensten in andere landen dan waar het bedrijf is gevestigd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

kettingmigratie

A

het verschijnsel dat iemand die emigreert gevolgd wordt door familie, vrienden, buren.

24
Q

kosmopilitisme

A

Het gevoel van verbondenheid met de mensheid in het algemeen in plaats van met een regio of vaderland.

25
mainportregio
een gebied dat sterk verbonden is met een mainport en zich dankzij die mainport ontwikkeld.
26
megalopolis
stedelijk gebied waarin een aantal met elkaar verbonden metropolen liggen
27
metropool
stedelijk gebied van steden met daaraan vastgroeiende voorsteden met meer dan een miljoen inwoners
28
mondiale financiële markt
markt op wereldschaal wordt gehandeld in financiële producten.
29
offshoring
het proces van ruimtelijke verplaatsing van bedrijven of ondrdelen naar nieuwe gebieden met een aantrekkelijker vestigingklimaat
30
outsourcing
het uitbesteden van een specifieke taak van een bedrijf aan een ander bedrijf, vaak in lagelonen land
31
regionalisme
het streven van mensen in een regio naar een vorm van zelfbestuur
32
reshoring
proces waarbij onderdelen van productieketen die eerst waren verplaats, worden teruggehaald.
33
ruilvoet
de verhouding tussen prijzen van de export en import.
34
ruimtelijke geleding
de ruimtelijke opbouw van eens stad.
35
ruimtelijke segregatie
het sterk geconcentreerd en ruimtelijk gescheiden wonen van verschillende bevolkingsgroepen
36
sociale polarisatie
het zodanig toenemen van tegenstellingen tussen groepen dat er wederzijds wantrouwen en vijandigheden ontstaan.
37
spread-effect
positief effect voor de (semi) periferie als gevolg van de economische ontwikkeling in het centrum
38
tijd-ruimtecompressie
het verschijnsel dat in de wereld tijd en ruimte er steeds minder toe doen door afname van de relatieve afstanden
39
VN-ontwikkelingsindex/ HDI
een indicator om de ontwikkeling van landen te meten op basis van onderwijs, levensverwachting en inkomen
40
wereldstad
stad met een belangrijke positie in de geglobaliseerde wereld
41
wereldsysteem
drieling van de landen in het centrum, periferie en semiperiferie en de onderlinge relaties
42
relatieve ligging
de ligging van een gebied ten opzichte van andere gebieden uitgedrukt in de mate van bereikbaarheid in afstand en tijd
43
absolute ligging
De ligging van een plaats op aarde
44
imperialisme
het proces waarbij landen hun macht in andere delen van de wereld uit willen breiden door gebieden te veroveren.
45
internationale arbeidsverdeling
wereldwijde specialisatie waarbij ieder land produceert waar het goed in is
46
neokolonisalsime
kolonialisme in een nieuwe vorm waarbij rijke landen de zelfstandig geworden vroegere koloniale gebieden uitbuiten
47
bipolaire wereld
wereldorde waarin internationale relaties gedomineerd worden door twee grootmachten
48
unipolaire wereld
wereldorde waarin de internationale relaties worden gedomineerd door een land
49
multipolaire wereld
wereldorde met meerdere machtscentra die allemaal ongeveer even sterk zijn en evenveel invloed hebben.
50
Pacific Rim
landen langs de westrand van de Grote Oceaan
51
neoliberalisme
een stroming binnen het liberalisme met een nadruk op marktwerking, beperking van de rol van de staat en vrijhandel
52
nieuwe zijderoute
ontwikkelingsstrategie van china. verbinding en samenwerking tussen Azië, Europa, Afrika en Oceanië met als doel de infrastructurele verbindingen te verbeteren, samenwerking te bevorderen en economie te versterken
53
culturele uniformiteit
gelijkheid tussen culturen, neemt door migratie toe
54
pullfactoren
redenen die een plek aantrekkelijk maken om naartoe te verhuizen
55
pushfactoren
redenen waarom iemand weg wil van zijn woonplek
56
selectieve migratie
migratie waarbij er een oververtegenwoordiging is van bepaalde groepen.