Glossary Flashcards

Power BI glossary (60 cards)

1
Q

Aggregation

A

Het samenvoegen of groeperen van gegevens (zoals een som of gemiddelde) om patronen in grote datasets te ontdekken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Analytics

A

Het proces van het ontdekken, interpreteren en communiceren van significante patronen in data.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Collaboration

A

Het samenwerken aan rapporten en dashboards binnen Power BI, vaak via gedeelde werkruimtes (Workspaces).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

DAX (Data Analysis Expressions)

A

De formuletaal van Power BI die wordt gebruikt voor complexe berekeningen en analyses (vergelijkbaar met Excel-formules maar krachtiger).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Dimensions

A

De ‘bouwstenen’ van een model (zoals tijd, geografie of product) die context bieden aan je cijfers (measures).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

DirectQuery

A

Een verbindingsmethode waarbij Power BI live gegevens ophaalt uit de bron zonder ze te importeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Drill-across

A

Het doorklikken van het ene rapport naar een gerelateerd rapport om relaties tussen verschillende entiteiten te zien.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Drill-down

A

Een functie waarmee je van een hoog niveau (bijv. jaar) doorklikt naar een dieper detailniveau (bijv. maand of dag).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Sharing

A

Het proces van het beschikbaar stellen van rapporten of dashboards aan andere gebruikers binnen of buiten de organisatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Slicer

A

Een visueel filter op het canvas waarmee gebruikers interactief kunnen bepalen welke data ze in het rapport zien.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Tiles

A

De individuele visuele blokken (grafieken/cijfers) die op een Power BI dashboard zijn vastgezet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Visualization

A

Het proces van het vertalen van ruwe data naar visuele elementen zoals grafieken, kaarten en diagrammen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Workspace

A

Een centrale omgeving (container) waarin teams samenwerken aan sets van rapporten, datasets en dashboards.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Account

A

De gebruikersomgeving in Power BI waarmee je toegang krijgt tot rapporten en dashboards.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Ad-hoc analysis

A

Een eenmalige, specifieke analyse van gegevens om een directe zakelijke vraag te beantwoorden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Aggregation

A

Het samenvoegen of groeperen van gegevens (som, gemiddelde, etc.) om patronen te ontdekken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Alert

A

Een automatische melding die afgaat wanneer een specifieke waarde (bijv. omzet) een ingestelde drempel overschrijdt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Analytics

A

Het proces van ontdekken, interpreteren en communiceren van patronen in data.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

App

A

Een verzameling van dashboards en rapporten die als één pakket worden gedeeld met gebruikers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

ArcGIS Maps

A

Een geavanceerde visuele tool binnen Power BI voor het maken van geografische kaarten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Assignment

A

Het proces waarbij een Power BI-licentie of capaciteit wordt toegewezen aan een gebruiker of workspace.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Attribution

A

Het toewijzen van waarde of succes aan specifieke marketingkanalen of touchpoints.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Authentication

A

Het proces van het verifiëren van de identiteit van een gebruiker die inloggt op Power BI.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Authoring

A

Het proces van het ontwerpen en maken van rapporten en visualisaties in Power BI Desktop.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Auto-scaling
Een functie waarbij de rekenkracht van Power BI automatisch meebeweegt met de vraag.
26
Azure
Het cloudplatform van Microsoft waar Power BI op draait en mee integreert.
27
Capacity
De gereserveerde hoeveelheid resources (rekenkracht/geheugen) voor het hosten van Power BI-content.
28
Card
Een type visualisatie dat één specifiek getal of feit prominent weergeeft.
29
Collaborative BI
Het proces waarbij teams samenwerken aan data-analyse en besluitvorming.
30
Connector
Een hulpmiddel om Power BI te verbinden met specifieke databronnen (zoals SQL, Excel of Salesforce).
31
Container
Een overkoepelende term voor workspaces waar rapporten en datasets in worden bewaard.
32
Content
De verzamelnaam voor alle items in Power BI, zoals rapporten, dashboards en datasets.
33
Content pack
Een (verouderde) manier om vooraf geconfigureerde dashboards en rapporten te delen.
34
Custom Visual
Een visualisatie die niet standaard in Power BI zit, maar door derden is gemaakt of zelf is ontwikkeld.
35
Dashboard
Een enkel canvas in de Power BI Service dat de belangrijkste inzichten (tiles) uit verschillende rapporten toont.
36
Data modeling
Het structureren en verbinden van verschillende databronnen om analyses mogelijk te maken.
37
Data source
De bron waar de ruwe gegevens vandaan komen (bijv. een database of CSV-bestand).
38
Dataset
De verzameling gegevens die door Power BI wordt gebruikt om rapporten en visuals te vullen.
39
DAX
Data Analysis Expressions: de formuletaal voor berekeningen binnen Power BI.
40
Dimensions
De contextuele velden (zoals Datum, Regio, Product) die worden gebruikt om data te groeperen.
41
DirectQuery
Een methode waarbij Power BI de data live uit de bron haalt zonder deze te kopiëren.
42
Drill-across
Navigeren tussen verschillende rapporten om gerelateerde informatie te bekijken.
43
Drill-down
Het bekijken van gedetailleerdere gegevens binnen één visual (bijv. van Jaar naar Maand).
44
Drill-through
Een link van een algemene pagina naar een specifieke detailpagina over een bepaald onderwerp.
45
Embedden
Het integreren van Power BI-rapporten in andere applicaties of websites.
46
Gateway
Software die een veilige verbinding maakt tussen on-premise data en de Power BI cloud.
47
Hierarchy
Een logische rangschikking van data (bijv. Jaar > Kwartaal > Maand) voor drill-down opties.
48
KPI
Key Performance Indicator: een meetbare waarde die de voortgang naar een doel aangeeft.
49
Measure
Een berekening gemaakt met DAX die resultaten geeft op basis van filters (bijv. Totale Winst).
50
Metadata
Gegevens over de gegevens (zoals de naam van een kolom of het type data).
51
Power BI Desktop
De gratis applicatie op de computer waarin je rapporten en datamodellen bouwt.
52
Power BI Service
De online omgeving (SaaS) waar je rapporten deelt en dashboards bekijkt.
53
Query
Een verzoek om gegevens op te halen of te transformeren uit een database of bron.
54
Report
Een verzameling van een of meer pagina's met visualisaties over een specifiek onderwerp.
55
Row-Level Security
Een methode om data af te schermen, zodat gebruikers alleen zien wat ze mogen zien.
56
Sharing
Het direct delen van een rapport of dashboard met een andere gebruiker.
57
Slicer
Een visuele filterknop op een rapportpagina.
58
Tiles
De individuele 'tegel' van een visualisatie op een dashboard.
59
Visualization
De grafische weergave van data (zoals een staafdiagram of landkaart).
60
Workspace
Een gezamenlijke werkomgeving voor het bouwen en beheren van Power BI-content.