Du-vorm: (1 persoon)
Jij-vorm ovt tijd van het ww zonder de uitgang+! aan het eind v/d zin
Kaufen: kauf
Ihr-vorm (2 of meer personen)
Jullie-vorm ovt tijd van ww
Kaufen: kauft
Sie-vorm (beleefdheidsvorm)
U-vorm ovt tijd van ww+Sie
kaufen-kaufen Sie
Stam op -d of -t (Anwtorten)
+e bij du en ihr vorm (bij ihr +t)
Stam met e
Du: e-i wissel
Stam met a
Geen a-ä wissel
Scheidbare ww
Du+ihr=normaal (gescheiden)
Sie= 1-Sie-2
Haben
Du=hab
Ihr=habt
Sie=Haben Sie!
Sein
Du=Sei!
Ihr=Seid
Sie=Seien Sie!