GROM Flashcards

(57 cards)

1
Q

Tholos

A

= buienkorfvormige graven van Myceense beschaving in Griekenland (ca. 1450-1050 v.C.)
–> sterke minoische invloeden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

de Leeuwenpoort

A

belangrijkste poort naar de citadel van Mycene
 Gebouwd rond 1250 v.C.
 Toegang tot centrum van de burcht
–> in 19e eeuw ontdekt door Heinrich Schliemann (bekend voor vonst van het oude Troje)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

polis

A

gemeenschap van (volwassen mannelijke) burgers
= stad-staat (ongv)
- romeinse variant = civitates
- bestaat uit stedelijke kern (astu) en agrarisch interland (chora)
- ontwikkelt door voornaamste politieke organen: raad, volksvergadering, magistraten, volksrechtbanken
zie sv p.6

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

primus inter pares

A

eerste onder gelijken
koning/chieftains

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

hoplieden

A

zwaar bewapende infanterie
opkomst 7e-6e eeuw
(eerst enkel elite, maar al snel gewone burgers)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

apoikia

A

“een weg naar huis”
aka een kolonie polis
- geen echte kolonie ofc - want pol autonoom bestuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Tirannie

A

vorm van regeren met behulp van geweld en onderdrukking. Wordt vaak als pejoratief(neerbuigend/onderdrukkend) gebruikt bij ons - maar in de tijd van de Grieken werden niet alle tirannen als negatief gezien. Ze zorgden ook vaak voor stabiliteit en/of verbetering in de levensomstandigheden in de polis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

peasants

A

kleine boeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

archont/ archonaat

A

= hoogste magistraat
archaïsche periode
Solomon werd tot dit benoemt
 Met speciale wetgevend bemiddelingsbevoegdheid: absolute volmacht voor staatshervorming
- enkel voor bovenste 2 vermogensklassen van solon die dit kunnen doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

raad van 400
Pentakosiomedimnoi
hippeis
zeuigitai
thetes

A
  • Raad van 400 naast al bestaande raad v/d Areopagus
  • Indeling burgerij in vermogensklassen:
  • Pentakosiomedimnoi (‘vijfhonderdschepelmannen’): jaarlijkse opbrengst van minimaal 500 medimnoi graan
  • Hippeis (ridders): 300 medimnoi
  • Zeugitai (‘juk-mannen’ d.i. bezitters van een span ossen): 200 medimnoi
  • Thetes, de rest met jaarlijks inkomen van minder dan 200 medimnoi graan.
     Alleen pentakosiomedimnoi en hippeis konden hoogste politiek ambten (archonaat) bekleden, zeugitai lagere ambten.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

eupatridai

A

geboorteadel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Aristocratie

A
  • Aristocratie: ‘regering door de besten’ = een regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen is van de aanzienlijksten in de samenleving, de zogenaamde “aristocraten”
  • voor solon (AP)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Timocratie

A
  • Timocratie = ‘vermogens/waarde-macht’, is een regeringsvorm waarbij een zekere mate van welstand bij de burgers voorwaarde is voor het uitoefenen van politieke rechten of het bekleden van bestuurlijke ambten.
  • na hervormingen solon (AP)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

oligarchie

A
  • Oligarchie = Oligos (weinig) kratos (macht), ‘heerschappij van weinigen’ dit is een regeringsvorm waar de macht in de handen van een kleine, vaak rijke of invloedrijke groep mensen ligt. Het hoeft niet per se uit de “beste” of meest bekwame individuen te bestaan, maar is meestal een groep die door rijkdom, militaire macht, of politieke invloed de macht heeft gegrepen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

democratie

A
  • Democratie = Demos (volk) kratos (macht), ‘volksheerschappij’ is een bestuursvorm waarin de wil van het volk de bron is van legitieme machtsuitoefening
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

turannoi

A

tiran

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

heloten

A

waren een onderdrukte bevolkingsgroep in het oude Sparta — een soort staatsslaven, maar net iets anders dan gewone slaven. (AP)
- na inname laconië 9e v.C. en messenië 8e-7e v.C.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

lycurgische hervormingen
Gerousia
Appela

A

6e eeuw v.C.
Dubbele monarchie (2 koningen met beperkte macht)
* Gerousia: een raad van 28 oudere mannen die samen koningen wetgeving voorbereidde
* Apella: een volksvergadering van spaartaanse burgers die stemden over voorstelling van de Gerousia

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

commensality

A

gedeelde maaltijdens
- AP

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q
  • Gumnasion
A

plaats voor sportbeoefening (open ruimte met zandbodem, omgeven door overdekte colonnade)
Democratisering’ van de sport (toegankelijker (AP)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

strategoi

A

KP gr generaals

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

klerouchiai

A

soort kolonie
KP
= Klerouchiai waren Atheense kolonies waar burgers land kregen maar politiek Atheens bleven.
- meer landopbrengsten en sociale mobiliteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

demen, trittus, fulai,

24
Q

prutaneis

A

= dagelijks bestuur
Door hervorming kleisthenes
Raad van 500 - loting 50 man per fule
Vereisten: min 30 jaar oud, niet meer dan 2 keer

25
prytanie
1/10e van jaar instaan voor dagelijks bestuur -in kader van raad van 500
26
ekklesia
volksvergadering bijeenkomst alle burgers ook thetes wordt hoogste orgaan
27
areopagus
blijft bestaan ondanks hervorminge solon en kleisthenes= college ex-archonten, juridische functies (moordzaken), en (tot 462) ‘bewaker constitutie’ Immers, Areopagus = ex-archonten = pentakosiomedimnoi en hippeis
28
ostracisme
- Ostracisme: volksvergadering kon te machtige politici wegstemmen KP onder kleisthenos in athene
29
heliaiai
volksrechtbank gr KP sinds solon: dikasteria - dikastai = gelote volksjury
30
misthos
1) 460v.C.: invoering misthos:  Financiële vergoeding voor raadsleden en juryleden in volksrechtbanken (heliaiai);
31
nomothetai
= wetgevers raad van 500
32
nomoi psefismata
KP - hervormingen 4e eeuw  Tezelfdertijd: wetsherziening * 500 gekozen (of gelote?) wetgevers (nomothetai) herzien wetboek Nu verschil tussen nomoi (wetten wetgevers) en psefismata (besluiten volksvergadering)
33
grafe peranomon
KP - hervormingen 4e eeuw Grafe paranomon: indien ekklesia besluit (psefisma) nam dat inging tegen nomoi, dan kon voorsteller aangeklaagd worden voor Atheense volksrechtbank (heliaia).
34
rhetores
= redenaars-politici met retorische scholing hadden vaak meer invloed in volksvergaderingen in praktijk, ondanks gelijk recht van spreke voor ied Athene KP
35
boule
raad van 500 een persoon moet maar 1 maand dienen, maar zijn volledige fule wel een jaar, ze wisselen elkaar gewoon af binnen het jaar
36
probouleumata
- Belangrijkste taken van raad van 500: opmaken agenda volksvergadering; geven van pre-adviezen (aka probouleumata)
37
strategoi en tamiai
KP athene Alleen strategoi (generaals) en tamiai (schatmeesters) verkozen (de rest geloot)  In 5de eeuw =10 strategoi belangrijker dan archonten  In 4de eeuw strategoi vooral beroepsmilitairen, belang neemt af.
38
isonomia
39
leitourgiai en isonomia
- Conflict tussen politieke gelijkheid (isonomia) en sociale ongelijkheid.  Oplossing: systeem van leitourgiai: Rijke burgers financieren publieke voorzieningen - Belangrijkste leitourgiai: (Speciale categorie uitgaven rijke Atheners (vermogen van meer dan 1 talent = 6000 dr.): 1) triërarchie (uitrusting en in de vaart houden oorlogsschip) 2) gymnasiarchie (onderhoud gymnasium) 3) choregie (opvoering drama). Kp athene
40
Metoiken
(metoikoi, inwonende vreemdelingen; betaalden speciale belasting, metoikion) KP athene
41
autourgoi
kleine, zelfvoorzienende boeren/burgers KP athene
42
metoikion
oorlogsbelasting --> rijke burgers en metoiken KP athene
43
theorikon
kijkgeld’, feestgelden uitgaven KP Athene
44
rethra
wet KP sparta
45
appella
volksvergadering bijna democratisch = recht van beslissen en tegenspraak KP sparta
46
eunomia
- Lukourgos later gezien als stichter Spartaanse eunomia = goede orde/harmonie  Het collectivistische systeem van Sparta  Tucht (strenge leiding) en harmonie centraal
47
homoioi
- Spartaanse burgers (homoioi = gelijken, ook wel Spartiaten)  Volwassen mannen van 30+ zijn homoioi KP
48
kleros
 Maandelijkse bijdragen op basis van landbezit (kleros, mv. kleroi) * Kon je dit niet meer betalen = verlies burgerschap KP Sparta
49
hebontes en paidiskoi
 De 20-29-jarigen (hebontes) trainen 18-19-jarigen (paidiskoi) tot hoplieten. * Dan pas volwassen Collectieve opvoeding spartanen KP
50
krupteos
- Krupteos (kruptos = geheim) Spartaanse jongens op missie gestuurd op spartaans grondgebied kregen enkel een mes mee om heloten te verslaan en/of mogelijks doden  Ma we don’t know  Verhalen van buitenlanders die Sparta idealiseren KP
51
paides paidiskoi hebontes
- Sparta als ‘age class society’ (ook in Dorische poleis op Kreta)  leeftijdsgroepen  Collectieve opvoeding jongens in stadia: * paides (leeftijd 7-17): training om te harden, gehoorzaamheid, nepgevechten Verdeeld in agelai (‘kuddes’). * paidiskoi (18-19): reservisten voor leger, krupteia Geïnstitutionaliseerde pederastische relaties met oudere paides * hebontes (20-29): nog in barakken, maar wel al lid sussition en leger, konden trouwen. KP
52
hupomeiones
- Statusverlies: gebrek aan bezit leidt tot verlies burgerschap = hupomeiones (=minderen) KP sparta
53
- Perioikoi
- Perioikoi (“omwonenden”) vrije inwoners van Sparta, zonder politieke rechten. = niet-burgers  Eigen gemeenschappen binnen Spartaanse territorium  Landbouw, maar vooral handel, nijverheid (waar Spartiaten zich niet mee bezig mochten houden…)  Betalen tribuut, leveren soldaten * Soms hulptroepen KP
54
Heloten
Niet-burgers Heloten, “staatslaven” van Sparta  Onzekerheid over concrete status * Atypisch voor Oudgriekse slavenstatuus Ze zijn van de polis sparta en niet van individuele burger Inheemse Griekse bevolkingsgroepen – niet vanbuitenaf aangevoerd KP
55
eforen
- Magistraten: 5 eforen (“opzichters”)  Jaarlijks gekozen door volksvergadering  Elke burger  1 jr. * Geen herverkiezing toegestaan  Allerlei taken, konden koningen juridisch ter verantwoording roepen Sparta KP
56
Gerousia
- Gerousia: raad (van ouderen),  28 Spartiaten  60+  En de 2 koningen  Voor het leven gekozen via acclamatie in volksvergadering * Om ter hardst roepen  Probouleutische (adviezen aan volksvergaderingen) en juridische functies sparta KP
57
- Apella
- Apella: volksvergadering van alle volwassen Spartiaten (30+)  In theorie meest belangrijk – maar in praktijk niet  Geen debatten (wel in Athene)  Wel stemmen * Enkel ja of nee stemmen * Geen discussie mogelijk  Koning kon het ook negeren dus * Weinig opstand hiertegen – opvoeding van gehoorzaamheid  Kiest magistraten (eforen) en leden van gerousia. Sparta KP