H1 Flashcards

(35 cards)

1
Q

vorming

A

verwijst naar het proces van verwerving

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

identiteit

A

Het beeld dat iemand van zichzelf heeft

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

persoonlijke identiteit

A

zelfbeeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

sociale identiteit

A

zelfbeeld dat past bij de groepen waarvan iemand deel uitmaakt / groepsidentificatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

interne collectieve identiteit

A

het gezamenlijke zelfbeeld en wij-gevoel van meerdere mensen samen die zich beschouwen als een groep of gemeenschap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

externe collectieve identiteit

A

het beeld dat de samenleving heeft van een groep

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

referentie-kader

A

het geheel van kennis, ideeen, ervaringen, en overtuigingen van waaruit iemand denkt of handelt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

socialisatie

A

het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

functies van socialisatie

A

continuering, veranding van een subcultuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

het proces van overdracht

A

mensen brengen de cultuur van een groep of samenleving over aan nieuwkomers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

het proces van verwering

A

De cultuur van een groep of samenleving eigen maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

internaliseren

A

de cultuur eigen maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

socialisator

A

iemand of een groep die een cultuur overdragen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

primaire socialisatie

A

socialisatie binnen kleinere groepen en gemeenschappen (gezin, vrienden).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

secundaire socialisatie

A

vindt plaats in formele en georganiseerde omgeving (school, werk, vereniging)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

tertiaire socialisatie

A

vindt plaats door anonieme socialisatoren, mensen met wie je geen rechtstreekse band hebt.

17
Q

cultuur

A

Het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven. (wat mensen in hun hoofd meedragen)

18
Q

opvattingen

A

ideeen, wat je vind van iets (wat mensen in hun hoofd meedragen)

19
Q

waarden

A

idealen, zoals gelijkheid en vrijheid

20
Q

voorstellingen

A

beelden, ideeen, verhalen die mensen hebben over een gebeurtenis (wat mensen in hun hoofd meedragen)

21
Q

normen

A

regels die horen bij waarden (hoe gedrag geregd wordt)

22
Q

uitdrukkingsvormen

A

bijvoorbeeld een hoofdoek of symbolen als een kruis (wat je aan de buitenkant kunt zien)

23
Q

materiele aspecten

A

bijvoorbeeld, monumenten, producten en kunst (dingen die je kan zien)

24
Q

immateriële aspecten

A

bijvoorbeeld, waarden en taal (dingen die je niet letterlijk kan zien)

25
dominante cultuur
de cultuur van de groep in de samenleving met de invloedrijkste politieke of economische positie.
26
subcultuur
levensstijlen die overlappen met de dominante cultuur maar er ook deels van afwijken.
27
Tegencultuur
het tegenovergestelde van de dominante cultuur
28
nature
aangeboren
29
nurture
opvoeding
30
acculturatie
het verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit dan die waarin iemand is opgegroeid.
31
enculturatie
wanneer iemand de cultuur leert waarin diegene wordt geboren
32
sancties
reacties van je omgeving op gedrag
33
plaats en tijdgebondenheid
wat op de ene plek de dominante cultuur is kan op de andere plek een tegencultuur zijn en zo geldt dat ook met tijdperken.
34
indivualisering
het proces waarbij personen bij steeds meer onderwerpen in hun leven steeds meer hun eigen keuzes kunnen maken zonder beinvloed te worden door anderen
35
globalisering
het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld, en informatie (zoals kennis en cultuur)