H5 Flashcards

(7 cards)

1
Q

Verschil tussen kabinet en regering

A

Kabinet: ministers en staatssecretarissen
Regering: ministers en koning

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Kabinetsformatie

A

De onderhandelingen over welke partijen gaan regeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Coalitie + de 2 voorwaarden

A
  • 2 of meer partijen die de regering vormen
    1. Grote lijnen eens zijn over beleid
    1. Meerderheid in Tweede Kamer (76 leden)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Beleid:

A

Alle plannen die een nieuw kabinet geeft voor de toekomst van Nederland

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Verloop van kabinetsformatie

A
  1. Onderzoek.
    Welke partijen het best kunnen samenwerken, informateur word benoemd die onderzoek of de coalitie mogelijk is
  2. Informatie
    Voert gesprek met mogelijke coalitie voor meningsverschillen dan stellen ze regeerakkoord
  3. Formatie
    2e kamer benoemt nu formateur, hij overlegt met coalitiepartijen over de verdeling van ministers en staatssecretarissen
  4. Beëdiging
    Koning benoemd officieel de kabinetsleden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Machtsmiddelen van kabinet

A
  • regeringspartijen hebben meerderheid en zullen dus het kabinet steunen
  • ministers krijgen meer hulp van meer deskundige ambtenaren
  • afspraken zijn vastgesteld in regeringsakkoord
    -kabinet kan dreigen met kabinetscrisis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Regeerakkoord

A

De plannen voor het regeringsbeleid voor de komende jaren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly