Idioom Flashcards

(60 cards)

1
Q

op eieren lopen

A

heel voorzichtig zijn/doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

dat is uit de lucht gegrepen

A

het is verzonnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

de wal keert het schip

A

de omstandigheden houden een gewenste ontwikkeling tegen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

dat is mosterd na de maaltijd

A

dat heeft geen zin meer (te laat)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

voor iemand in de bres springen

A

het voor iemand opnemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

met hem is geen schip te bezeilen

A

met hem is niets te beginnen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

elk denkt zijn uil een valk te zijn

A

iedereen denkt dat zijn eigen kinderen/zaken bijzonder zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

de wind waait uit een andere hoek

A

de situatie is veranderd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

de vis wordt duur betaald

A

veel offers moeten brengen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

zich op een hellend vlak bevinden

A

achteruitgaan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

geen soelaas bieden

A

geen goede oplossing bieden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

ergens * op hebben

A

ergens heel goed in zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

iets uit de eerste hand vernemen

A

iemand die er heel nauw bij betrokken is, vertelt je er wat meer over

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

een houten kop hebben

A

een kater hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

die wet is een papieren tijger

A

lijkt af te schrikken, maar stelt niets voor

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

zich in de vingers snijden

A

zichzelf benaderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

op een vulkaan dansen

A

plezier hebben, terwijl er gevaar dreigt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

op los zand bouwen

A

iets slecht voorbereid doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

dat snijdt me door de ziel

A

dat doet me verdriet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

verstek laten gaan

A

wegblijven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

een kanttekening plaatsen

A

een opmerking maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

pootaan spelen

A

hard doorwerken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

de wind van voren krijgen

A

een hoop kritiek te horen krijgen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

iemand een worst voorhouden

A

een beloning in het vooruitzicht stellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
stevig in het zadel zitten
verzekerd zijn van een goede positie
26
op gespannen voet staan met iets
niet (of moeilijk) met iets te verenigen zijn
27
flink in de bus blazen
zich goed inzetten; veel geld uitgeven
28
iemand iets voor de voeten gooien/werpen
iemand iets verwijten
29
er de brui aan geven
ermee stoppen
30
ergens debet aan zijn
ergens schuldig aan zijn
31
compassie
medelijden
32
essentie
kern
33
discrepantie
verschil
34
deceptie
teleurstelling
35
portee
betekenis
36
nuance
klein verschil
37
professie
beroep
38
consideratie
overweging
39
fractie
klein gedeelte
40
integriteit
eerlijkheid
41
in troebel water vissen
dingen doen die eigenlijk verboden zijn
42
zijn ziel aan de duivel verkopen
principes overboord gooien om zichzelf te bevooroordelen
43
van zessen klaar zijn
handig zijn
44
met open vizier strijden
duidelijk laten zien wie je bent en hoe je bent
45
de vlag moet de lading dekken
de buitenkant moet overeenkomen met de inhoud
46
de vinger aan de pols houden
het verloop van iets in de gaten houden
47
de vleugels uitslaan
andere of meer dingen gaan doen
48
in het verschiet liggen
iets wat binnenkort gaat gebeuren
49
ergens de smoor in houden
ergens van balen
50
hoog spel spelen
grote risico's nemen
51
gewag van maken
melding van maken
52
uitlopen op een fiasco
iets mislukt
53
ergens behagen in scheppen
iets fijn vinden
54
behept zijn met
iets hebben
55
tegen de lamp lopen
betrapt worden
56
te goeder trouw handelen
in vol vertrouwen
57
baat bij iets vinden
voordeel hebben
58
iets onder rembours verzenden
aangetekend
59
aan lager wal geraken
bergafwaarts
60
voor iemand instaan
kunnen bevestigen