interacties Flashcards

(382 cards)

1
Q

interacties: 5-fluorouracil (5FU)

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

interacties: AB (Antibiotica)

A

Kan het effect van Vitamine K antagonisten (Vit K-A) versterken, wat het bloedingsrisico vergroot.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

interacties: Acenocoumarol (SintromÒ)

A

Zie Vitamine K antagonisten (o.a. versterkt effect door AB of Azolen).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

interacties: Acetaminophen

A

Chronisch ethanolgebruik kan therapeutische dosissen paracetamol toxisch maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

interacties: Acetazolamide

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

interacties: Acetylsalicylzuur (Aspirine/CardioaspirineÒ)

A

CI bij: zwangerschap, GI-lijden, astma. Kan interageren met Penicilline, Heparine, Insuline, NSAID, orale hypoglycemische middelen, Valproaatzuur en Carbonzuur-inhibitoren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

interacties: Aciclovir

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

interacties: Adalat (Nifedipine)

A

Combinatie met cyclosporine kan de overgroei van het tandvlees 25x verhogen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

interacties: Adrenaline (Epinephrine)

A

Interactie met Tricyclische Antidepressiva (TCA) en niet-selectieve B-blokkers (Propanolol), Cocaïne, Methamphetamine.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

interacties: Aflibercept

A

Concomitant gebruik met bisfosfonaten verhoogt het MRONJ risico.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

interacties: AgF + SnF2 (Silver Diamine Fluoride, SDF)

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

interacties: Alendronaat (FosamaxÒ)

A

Gebruik met systemische glucocorticoïden verhoogt het MRONJ risico (Hoog risico categorie).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

interacties: Alexide

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

interacties: Aliskiren

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

interacties: Allopurinol

A

Kan in combinatie met Amoxicilline leiden tot rash (huiduitslag).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

interacties: Alprazolam (Xanax)

A

Concomitant gebruik met andere CZS-remmers (sedativa of lokale anesthetica) kan leiden tot diepe CZS-inhibitie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

interacties: AlSiF6 (Aluminium Silicium Fluoride)

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

interacties: Aluminium chloride

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

interacties: Amfotericine B

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

interacties: Aminefluoride (AmF) (Olaflur)

A

Wordt nooit gecombineerd met arginine.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

interacties: Amiodarone

A

Kan toxische stijging van digoxine veroorzaken door verdringing uit eiwitbinding.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

interacties: Amitryptyline

A

Inhibeert neuronale heropname van noradrenaline, wat kan leiden tot cardiale excitatie bij gebruik van adrenaline in LA. Adrenaline moet beperkt worden tot 1-2 carpules.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

interacties: Amlor (Amlodipine)

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

interacties: Ammonium

A

N.v.t.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
interacties: Ammoniumfluoride (NH4F)
N.v.t.
26
interacties: Amoxicilline
Verhoogt het bloedingsrisico (interactie met Vitamine K Antagonisten). Chronisch gebruik van Allopurinol kan rash veroorzaken in combinatie met Amoxicilline. Kan gingivale hyperpigmentatie geven.
27
interacties: Amoxiclav (Amoxicilline/Clavulaanzuur)
Kan gingivale hyperpigmentatie veroorzaken.
28
interacties: Ampicilline
N.v.t.
29
interacties: Amyloglucosidase
N.v.t.
30
interacties: Anabole steroïden
De actieve tubulaire secretie ervan kan geremd worden door Probenecid.
31
interacties: Antacida (op basis van Al en Mg)
Kan leiden tot complexvorming (chelaat) in het GI-stelsel, wat de absorptie van andere medicatie zoals Tetracyclines, IJzer en Prednisolone kan verminderen.
32
interacties: Anti-EGFR-AL (Anti-Epidermale Groeifactor Receptor Antilichamen)
Concomitant gebruik met bisfosfonaten verhoogt het MRONJ risico.
33
interacties: Anti-epileptica
Sint-janskruid (een enzyminductor) kan de werking van sommige anti-epileptica verminderen.
34
interacties: Anti-HER2-AL (Anti-Humaan Epidermale Groeifactor Receptor 2 Antilichamen)
N.v.t.
35
interacties: Anticonvulsiva
N.v.t.
36
interacties: Antidepressiva
Zie Tricyclische Antidepressiva (TCA) en SSRI's.
37
interacties: Antimicoticum
N.v.t.
38
interacties: Antitrombine
N.v.t.
39
interacties: Apixaban (EliquisÒ)
N.v.t.
40
interacties: Arginine
Wordt nooit gecombineerd met aminefluoride (AmF).
41
interacties: Arseen
N.v.t.
42
interacties: Articaïne (Alphacaïne, Septanest)
Is veilig bij bèta-blokkers omdat de klaring minder afhankelijk is van de lever dan bij Lidocaïne.
43
interacties: Aspartaam
N.v.t.
44
interacties: Aspirine (Acetylsalicylzuur)
Kan het cardioprotectief effect van NSAID’s verminderen. CI bij reeds inname van orale hypoglycemerende middelen, Valproaatzuur en Carbonzuur-inhibitoren. Andere interacties: Penicilline (overdosering) en Heparine (bloeding).
45
interacties: Atorvastatine
Het effect van HMG-CoA reductase inhibitoren kan toenemen bij gebruik van Clarithromycine of Erythromycine.
46
interacties: Atropine
N.v.t.
47
interacties: Augmentin (Amoxicilline/Clavulaanzuur)
Moet gecombineerd worden met Diflucan om schimmelinfecties te vermijden. Kan gingivale hyperpigmentatie veroorzaken.
48
interacties: Azithromycine (ZitromaxÒ)
Kan QT-prolongatie veroorzaken. Absorptie daalt bij medicatie met Aluminium (Al) of Magnesium (Mg).
49
interacties: AZT (Zidovudine/Retrovir)
N.v.t.
50
interacties: Barbituraten
Gelijktijdig gebruik met lokale anesthetica of sedativa kan leiden tot diepe CZS-inhibitie.
51
interacties: Beclometasone
N.v.t.
52
interacties: Benzocaïne
N.v.t.
53
interacties: Benzodiazepinen (Benzo’s)
Gelijktijdig gebruik met andere CZS-remmers (lokale anesthetica of sedativa) kan leiden tot diepe CZS-inhibitie. Mogen niet gelijktijdig met opioïden worden gebruikt.
54
interacties: Betaïne
N.v.t.
55
interacties: Bevacizumab
Concomitant gebruik met bisfosfonaten verhoogt het MRONJ risico.
56
interacties: Biosolv
N.v.t.
57
interacties: Bisfosfonaten (BF)
Concomitant gebruik met systemische glucocorticoïden, chemotherapie, of angiogenese-remmers verhoogt het MRONJ-risico.
58
interacties: Bismuth
N.v.t.
59
interacties: Bisoprolol
Beperk adrenaline-gebruik tot 2 carpules 1/200.000.
60
interacties: Bivalirudine
N.v.t.
61
interacties: Bleomycine
N.v.t.
62
interacties: Botox
N.v.t.
63
interacties: Busulfan
N.v.t.
64
interacties: Ca-antagonisten (Calcium-kanaal blokkers)
Pompelmoessap kan de werking ervan verhogen door CYP 3A4-inhibitie.
65
interacties: Cadmium
N.v.t.
66
interacties: Calcitonine
N.v.t.
67
interacties: Calcium (Ca)
De absorptie van Tetracyclines wordt verminderd door Ca-bevattende medicatie/voedsel (complexvorming).
68
interacties: Calciumfluoride (CaF2)
N.v.t.
69
interacties: Calciumoxalaat dihydraat
N.v.t.
70
interacties: Candesartan
N.v.t.
71
interacties: Cangrelor (KengrexalÒ)
N.v.t.
72
interacties: Capsaïcine
N.v.t.
73
interacties: Captopril
N.v.t.
74
interacties: Carbamazepine (Tegretol)
Sint-janskruid (enzyminductor) kan de werking ervan verminderen.
75
interacties: Carisolv
N.v.t.
76
interacties: Carnoy’s solution
N.v.t.
77
interacties: Cefador
N.v.t.
78
interacties: Cefalexine
Cefalosporinen kunnen dysgeusie (smaakstoornissen) veroorzaken.
79
interacties: Cefpirom
N.v.t.
80
interacties: Cefuroximaxetil
Cefalosporinen kunnen dysgeusie (smaakstoornissen) veroorzaken.
81
interacties: Celecoxib
Kan de werking van bloedverdunners versterken.
82
interacties: Cefalosporine
N.v.t.
83
interacties: Cervitec lak
N.v.t.
84
interacties: Cetuximab
N.v.t.
85
interacties: Cetylpyridinium chloride (CPC)
N.v.t.
86
interacties: Cevimeline
N.v.t.
87
interacties: Chitosan
Producten met Chitosan zijn enkel vanaf 6 jaar en mogen niet gebruikt worden bij een allergie aan schaaldieren.
88
interacties: Chloorhexidine (CHX)
NIET combineren met NaOCl in endodontie, omdat dit het toxische en carcinogene parachloro-aniline vormt (tussen spoelen met steriel fysiologisch water). Wordt gedeactiveerd door andere bestanddelen in tandpasta. CHX en alcohol inhiberen elkaar.
89
interacties: Chloralhydraat
N.v.t.
90
interacties: Chloroquine
N.v.t.
91
interacties: Chlorpromazine
N.v.t.
92
interacties: Cimetidine
Remt het CYP450-enzymsysteem (o.a. CYP 1A2, 2C19, 2D6, 3A4) dat andere medicatie metaboliseert, waardoor de toxische concentratie van de substraat kan stijgen (bv. Propranolol, Theofylline, Imipramine, Paroxetine).
93
interacties: Ciprofloxacine
De absorptie wordt verminderd door medicatie met Aluminium (Al), Magnesium (Mg), ijzer of Zink (Zn) (complexvorming). Gelijktijdig gebruik met anti-aritmica kan ventriculaire aritmie veroorzaken.
94
interacties: Cisapride
Versnelt de maaglediging, wat de resorptiesnelheid van andere medicatie vanuit het duodenum verandert. Pompelmoessap kan de werking ervan verhogen door CYP 3A4-inhibitie.
95
interacties: Cisplatinum
N.v.t.
96
interacties: Citalopram (CipramilÒ)
Wordt genoemd als een medicatie met veel interacties bij THK-behandelingen.
97
interacties: Clarithromycine (BiclarÒ)
Kan cholestaïsche hepatitis en Clostridium difficile-geassocieerde colitis veroorzaken. Verhoogt het effect van interagerende medicamenten zoals HMG-CoA reductase inhibitoren (statines), Cyclosporine, Digoxine, Warfarine en Theofylline. Kan het bloedingsrisico vergroten (interactie met Vitamine K antagonisten).
98
interacties: Clavulaanzuur
Zie Augmentin.
99
interacties: Clindamycine (Dalacin Câ)
Kan diarree en Clostridium difficile-geassocieerde colitis veroorzaken. Het risico op C. difficile neemt x17 toe bij Clindamycine-inname. Wordt vaak gebruikt bij AB-profylaxe als de patiënt al een ander AB neemt (geen kruisgevoeligheid).
100
interacties: Clobetasol
N.v.t.
101
interacties: Clofazimine
N.v.t.
102
interacties: Clomipramine
Het gebruik van adrenaline in lokale anesthetica (LA) moet beperkt worden, aangezien TCA's de neuronale heropname van noradrenaline remmen, wat kan leiden tot cardiale excitatie.
103
interacties: Clonazepam
Valproaatzuur wordt als eerste keus beschouwd. Gelijktijdig gebruik met andere CZS-remmers kan leiden tot diepe CZS-inhibitie.
104
interacties: Clonidine
N.v.t.
105
interacties: Clopidogrel (PlavixÒ)
Kan interageren met Omeprazole. Kan ageusie (smaakverlies) veroorzaken. Wordt vaak in combinatie met Acetylsalicylzuur (Asaflow) gegeven na cardiovasculaire ingrepen (bv. stentplaatsing).
106
interacties: Clotiazepam
Gelijktijdig gebruik met andere CZS-remmers kan leiden tot diepe CZS-inhibitie.
107
interacties: Codeïne
Opioïden mogen niet gelijktijdig met benzodiazepinen worden gebruikt.
108
interacties: Colestyramine
Kan de absorptie van andere medicatie, zoals digoxine en warfarine, verminderen.
109
interacties: Colgate Duraphat 5000 ppm
N.v.t.
110
interacties: Cordosyl
CHX: Zie Chloorhexidine (Chronisch gebruik kan dysgeusie geven).
111
interacties: Cortico’s (Corticoïden)
Zie Corticosteroïden.
112
interacties: Corticosteroïden
Verhoogde kans op gastro-intestinale letsels/bloedingen in combinatie met NSAID's.
113
interacties: Cox2-antagonisten (NSAID)
NSAID's werken antagonistisch met diuretica. Ze versterken het effect van Vitamine K antagonisten. Ze vertragen tandverplaatsing bij orthodontische behandelingen.
114
interacties: CPP-ACP (Caseïne Fosfopeptide – Amorf Calcium Fosfaat)
De topische gel (Tooth Mousse) wordt afgeraden om mee te poetsen vanwege een te lage fluorideconcentratie (900 ppm).
115
interacties: Crizotinib
N.v.t.
116
interacties: Curasept
Zie Chloorhexidine.
117
interacties: Cyclamaten
N.v.t.
118
interacties: Cyclosporine (Sandimmune)
Combinatie met Nifedipine (Ca-antagonist) verhoogt de overgroei met een factor 25. Verhoogt het effect van andere medicamenten zoals Digoxine, Warfarine, en HMG-CoA reductase inhibitoren (statines), omdat het CYP450-enzymsysteem in de lever wordt geremd.
119
interacties: Dabigatran (PradaxaÒ)
N.v.t.
120
interacties: Defamandol
N.v.t.
121
interacties: Denosumab (ProliaÒ, XgevaÒ)
Concomitant gebruik met systemische glucocorticoïden verhoogt het MRONJ risico.
122
interacties: Diazepam
Mag niet gelijktijdig met opioïden gebruikt worden. Gelijktijdig gebruik met andere CZS-remmers kan leiden tot diepe CZS-inhibitie.
123
interacties: Diclofenac (Voltaren)
NSAID's zijn gecontra-indiceerd bij hartfalen, nierfalen, maagulceratie en zwangerschap (3e trimester). Het versterkt het effect van Vitamine K antagonisten.
124
interacties: Diflucan
Mag niet voorgeschreven worden bij patiënten onder warfarine (Vitamine K antagonist), omdat het het bloedingsrisico sterk kan vergroten (INR tot 7).
125
interacties: Digoxine
De absorptie wordt verminderd door Colestyramine (complexvorming). Amiodarone kan een toxische stijging van Digoxine veroorzaken door verdringing uit eiwitbinding. Tetracyclines kunnen Digoxine-levels verhogen. Diuretica kunnen hypokaliëmie veroorzaken, wat het effect van Digoxine kan versterken (synergisme). Clarithromycine en Erythromycine kunnen het effect van Digoxine vergroten.
126
interacties: Diltiazem
N.v.t.
127
interacties: Dipyridamol
N.v.t.
128
interacties: Diuretica (bv. Lisdiuretica zoals Furosemide)
NSAID's (bv. COX2-antagonisten) werken antagonistisch met diuretica en verminderen hun therapeutisch effect. Diuretica kunnen hypokaliëmie veroorzaken, wat het effect van Digoxine kan versterken (synergisme).
129
interacties: Domperidon (Motilium)
Versnelt de maaglediging, wat de resorptiesnelheid van andere medicatie vanuit het duodenum verandert.
130
interacties: Dosulepine
Het gebruik van adrenaline in LA moet beperkt worden, aangezien TCA's de neuronale heropname van noradrenaline remmen, wat kan leiden tot cardiale excitatie.
131
interacties: Doxycycline (Doxycycline, Vibratab)
Nadelen zijn sterke irritatie van het GIT en intrinsieke gebitsverkleuring (daarom CI: < 8 jaar). Kan oesofagale ulcers veroorzaken.
132
interacties: Duraphat 22600 ppm (Duraphat lak)
N.v.t.
133
interacties: Edoxaban (LixianaÒ)
N.v.t.
134
interacties: Elmex Medical Gel 12500 ppm
N.v.t.
135
interacties: Elmex sensitive professional
Arginine wordt nooit met aminefluoride gecombineerd, maar wel met andere soorten fluoride, zoals Natriummonofluorofosfaat (NaMF).
136
interacties: EMST (Expiratory Muscle Strength Training)
N.v.t.
137
interacties: Enalapril
N.v.t.
138
interacties: Enoxaparine (Clexane)
N.v.t.
139
interacties: Epinephrine (Adrenaline)
Interactie met Tricyclische Antidepressiva (TCA) en niet-selectieve B-blokkers (Propanolol). Cocaïne en Methamphetamine zijn sterke vasoconstrictoren; LA met Epinephrine moet vermeden worden binnen 6 tot 24 uur na inname. Wordt afgeraden bij patiënten met onvoldoende gereguleerde diabetes.
140
interacties: Epoprostenol (FlolanÒ, VeletriÒ)
N.v.t.
141
interacties: Eprosartan
N.v.t.
142
interacties: Eptifibatide (IntegrilinÒ)
N.v.t.
143
interacties: Erlotinib
N.v.t.
144
interacties: Erythromycine (Erythrocineâ)
Verhoogt het effect van andere medicamenten zoals HMG-CoA reductase inhibitoren (statines), Cyclosporine, Digoxine, Warfarine en Theofylline (door CYP450-inhibitie). Kan het bloedingsrisico vergroten in combinatie met Vitamine K antagonisten.
145
interacties: Escitalopram (SipralexaÒ)
N.v.t.
146
interacties: Faceformer
N.v.t.
147
interacties: Felodipine
N.v.t.
148
interacties: Fenobarbital
Sint-janskruid (enzyminductor) kan de werking ervan verminderen. Gelijktijdig gebruik met andere CZS-remmers kan leiden tot diepe CZS-inhibitie.
149
interacties: Fenol
N.v.t.
150
interacties: Fenprocoumon (MarcoumarÒ)
Het effect kan verminderd worden door enzyminductie van CYP 3A4 door Sint-janskruid. Antibiotica (bv. Amoxicilline, Tetracycline) verminderen Vitamine K synthese en kunnen het effect van VKA's versterken.
151
interacties: Fenytoïne (Dilantin)
Sint-janskruid (enzyminductor) kan de werking ervan verminderen. Sucralfaat kan de absorptie verminderen. Metronidazole kan de Fenytoïne-levels verhogen.
152
interacties: Flaminal hydro
N.v.t.
153
interacties: Flammazine
N.v.t.
154
interacties: Fluconazole (Diflucan)
Het mag NOOIT voorgeschreven worden bij patiënten onder Vitamine K antagonisten (VKA/Warfarine), aangezien het het bloedingsrisico sterk kan vergroten (INR tot 7).
155
interacties: Flumazenil
N.v.t.
156
interacties: Fluocaril Bi-fluore 2500 ppm
N.v.t.
157
interacties: Fluoroquinolones (Fluorchinolonen)
De absorptie wordt verminderd door medicatie met Aluminium, Magnesium, ijzer of Zink (complexvorming). Kan ventriculaire aritmie veroorzaken in combinatie met anti-aritmica.
158
interacties: Fluoxetine (Prozac)
Wordt genoemd als een SSRI die een lange uitwasperiode (5 weken) nodig heeft in combinatie met MAO-inhibitoren.
159
interacties: Fluticasone (Flixonase, Avamys)
N.v.t.
160
interacties: Fluvoxamine
Verhoogt het bloedingsrisico in combinatie met Vitamine K-antagonisten.
161
interacties: Felypressine (aangenomen dat 'Flypressine' een typefout is)
Geen specifieke interacties genoemd, maar is gecontra-indiceerd bij zwangerschap.
162
interacties: Fondaparinux
Geen specifieke interacties vermeld, buiten het beleid rond dialyse.
163
interacties: Formaline
Kan chemische beschadiging veroorzaken aan de mucosa.
164
interacties: Formocresol
Kan chemische beschadiging veroorzaken aan de mucosa.
165
interacties: Fosforzuur
Zuren (zoals fosforzuur in frisdrank) dragen bij aan erosie, wat demineralisatie van het gebit veroorzaakt.
166
interacties: fTCP (Functioneel Tri-Calcium Phosphate)
Geen gespecificeerde interacties.
167
interacties: Fucidine-zalf
N.V.T.
168
interacties: Furosemide (Lasix)
Furosemide (lisdiureticum) kan synergetisch werken met aminoglycosiden, wat ototoxiciteit kan veroorzaken. Vermindert het therapeutisch effect van diuretica met NSAID's en antihypertensiva.
169
interacties: Gabapentine
N.V.T.
170
interacties: GC MI Paste plus
Contra-indicatie bij lactose-allergie.
171
interacties: GCMIPaste
Contra-indicatie bij lactose-allergie.
172
interacties: Gefitinib
N.V.T.
173
interacties: Glibenclamide
De absorptie kan verminderd worden door voedsel. Aspirine vermijden in combinatie met orale hypoglycemische middelen.
174
interacties: Glucagon
N.V.T.
175
interacties: Glucose oxidase
Geen gespecificeerde interacties.
176
interacties: GLUMA
Geen gespecificeerde interacties.
177
interacties: Glutaraldehyde
Geen gespecificeerde interacties.
178
interacties: Grisefulvine
Geen gespecificeerde interacties.
179
interacties: Guanfacine
Geen gespecificeerde interacties.
180
interacties: H-pomp-Inhibitoren (PPIs)
Verandert de pH van de maag, wat de ionisatiegraad en absorptie van andere medicatie kan beïnvloeden.
181
interacties: H2-antagonisten
Kan via verandering van de pH de absorptie van andere medicatie beïnvloeden. Cimetidine remt CYP450-enzymen, wat kan leiden tot toxische concentraties van andere medicijnen (bv. Imipramine, theofylline).
182
interacties: H2O2 (Waterstofperoxide)
Kan O2-restanten achterlaten in het wortelkanaal, wat naspoelen vereist. Als mondspoelmiddel weinig bestudeerd.
183
interacties: HEMA
N.V.T. (Chemische component).
184
interacties: Hexetidine
Inferieur aan CHX.
185
interacties: Hoshino’s pasta
N.V.T.
186
interacties: Hydrocortisone
N.V.T.
187
interacties: Hydrocyzine
Veroorzaakt CZS depressie. Het summatief effect met lokale anesthetica maakt lagere LA-dosering noodzakelijk.
188
interacties: Hydrogenperoxide
Zie H2O2.
189
interacties: Hydroxyapatiet nanopartikels
Geen gespecificeerde interacties.
190
interacties: Hydroxychloroquine (Plaquenil)
Geen gespecificeerde interacties.
191
interacties: Ibandronaat (Bonviva)
Het risico op MRONJ is significant verhoogd bij concomitant gebruik met systemische glucocorticoïden.
192
interacties: Ibuprofen
Absolute Contra-indicatie bij bloedverdunners (Vit. K antagonisten) vanwege het versterkte bloedingsrisico. Vermindert het therapeutisch effect van diuretica en antihypertensiva. Vermijden bij astma (kan een aanval uitlokken) en bij nierfalen.
193
interacties: Ijzer
Vormt chelaatcomplexen met Tetracyclines en Fluoroquinolones, wat de absorptie van deze antibiotica vermindert.
194
interacties: Ijzersulfaat
Geen gespecificeerde systemische interacties.
195
interacties: Imipramine
Kan het serotoninesyndroom veroorzaken in combinatie met SSRI's of MAO-remmers. Metaboliseert via CYP450, waardoor inhibitoren (zoals Cimetidine) de concentratie kunnen verhogen. Adrenaline (LA): Dosis moet beperkt worden (max 1-2 carpules).
196
interacties: Insuline
Aspirine versterkt de werking van insuline, wat kan leiden tot hypoglycemie.
197
interacties: Interferon
N.V.T.
198
interacties: Intranasale glucocorticosteroïden
Concomitant gebruik met bisfosfonaten verhoogt het risico op MRONJ (gezien corticosteroïden een verhoogd risico factor zijn).
199
interacties: Ipilimumab
N.V.T.
200
interacties: Irbesartan
Niet expliciet gespecificeerd in de bronnen.
201
interacties: Itraconazole
Kan de werking van andere medicatie versterken, bijvoorbeeld Cyclosporine A, wat tot toxiciteit kan leiden.
202
interacties: Kaliumfluoride (KF)
Geen gespecificeerde medicijn-medicijn interacties in de context van tandheelkundige behandelingen.
203
interacties: Kaliumnitraat (KNO3)
Niet gespecificeerd in de bronnen.
204
interacties: KaliumOxalaat
Niet gespecificeerd in de bronnen.
205
interacties: Ketoconazole
Mag nooit worden voorgeschreven in combinatie met Vitamine K-antagonisten omdat dit het effect van de bloedverdunner versterkt en het bloedingsrisico aanzienlijk vergroot.
206
interacties: Koper
Fluoroquinolones en tetracyclines hebben een verminderde absorptie bij gelijktijdig gebruik met medicatie die Al, Mg, ijzer of zink bevatten. Koper wordt genoemd als oorzaak van pigmentatie.
207
interacties: Labetalol
Niet expliciet gespecificeerd in de bronnen.
208
interacties: Lachgas (\text{N}_2\text{O})
De combinatie van lachgas en benzodiazepines (zoals Midazolam) wordt afgeraden.
209
interacties: Lactoferrine
Geen gespecificeerde medicijn-medicijn interacties.
210
interacties: Lactoperoxidase
Geen gespecificeerde medicijn-medicijn interacties.
211
interacties: Levodopa
Niet gespecificeerd in de bronnen.
212
interacties: Levothyroxine (L-thyroxine)
Niet gespecificeerd in de bronnen.
213
interacties: Lidocaïne
De klaring van Lidocaïne kan verminderd zijn door Bètablokkers, wat kan leiden tot een versterkt effect. De anesthetische en CZS-deprimerende effecten worden versterkt (summatief effect) door Sedativa en Opioïden, waardoor de maximale dosis LA verlaagd moet worden.
214
interacties: Lisinopril
Het therapeutische effect van Lisinopril kan verminderd worden door NSAID's. Lisinopril kan synergisme vertonen met diuretica.
215
interacties: Listerine professional
Geen specifieke medicijn-medicijn interacties.
216
interacties: Lithium
NSAID's vermijden bij inname van Lithium. Kan in combinatie met SSRI's/MAO-inhibitoren leiden tot het Serotoninesyndroom.
217
interacties: Looizuur
Geen gespecificeerd.
218
interacties: Lorazepam
Combinatie met pompelmoessap kan de werking versterken (via CYP 3A4-remming).
219
interacties: Losartan
Niet expliciet gespecificeerd in de bronnen.
220
interacties: Lysozyme (Menzym)
Geen gespecificeerde medicijn-medicijn interacties in de bronnen.
221
interacties: Macrolide
Erythromycine en Clarithromycine kunnen het effect van andere medicijnen versterken (bv. cyclosporine, digoxine, theofiline, warfarine). Macroliden kunnen geassocieerde colitis en hepatotoxiciteit veroorzaken.
222
interacties: Magnesium (Mg)
Vermindert de absorptie van fluoroquinolones, tetracyclines, en Azithromycine.
223
interacties: MAO-inhibitor
Kan het Serotoninesyndroom veroorzaken in combinatie met SSRI’s (zoals Fluoxetine) of Lithium. Er is een contra-indicatie voor het gebruik van Meperidine bij patiënten die de laatste 14 dagen MAO-inhibitoren hebben ingenomen. Ze hebben ook invloed op de afbraak van adrenaline.
224
interacties: Marcoumar (Fenprocoumon)
De effecten worden versterkt door NSAID’s en door bepaalde antibiotica en antimycotica (Azolen zoals Fluconazole, Ketoconazole, Miconazole, alsook Metronidazole). Combinatie met Azolen is gecontra-indiceerd vanwege het sterke risico op bloedingen. Sint-janskruid vermindert de werking.
225
interacties: Marevan (Warfarine)
De effecten worden versterkt door NSAID’s en door bepaalde antibiotica en antimycotica (Azolen zoals Fluconazole, Ketoconazole, Miconazole, alsook Metronidazole, Erythromycine, Clarithromycine). Sint-janskruid vermindert de werking.
226
interacties: MEK-inhibitor
Wordt soms gecombineerd met bisfosfonaten, wat het risico op MRONJ waarschijnlijk verhoogt.
227
interacties: Meperidine
Niet geven bij patiënten die de laatste 14 dagen MAO-inhibitoren hebben ingenomen.
228
interacties: Mepivacaïne
De anesthetische en CZS-deprimerende effecten worden versterkt door Sedativa en Opioïden, waardoor de maximale dosis LA verlaagd moet worden.
229
interacties: Metformine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
230
interacties: Methotrexaat (MTX)
NSAID’s vermijden bij inname van Methotrexaat.
231
interacties: Metoclopramide (Primperan)
Versnelt de maaglediging en de resorptie van andere medicijnen.
232
interacties: Metoprolol
Verhoogt het risico op plotse hypertensie en reflex bradycardie bij gebruik van adrenaline in lokale anesthetica.
233
interacties: Metronidazole (Flagyl)
Nooit alcohol drinken (Disulfiram-like effect). Het versterkt het effect van Warfarine. Het mag niet worden gecombineerd met Fluconazole bij patiënten onder Warfarine. Het verhoogt het bloedingsrisico in combinatie met VKA's.
234
interacties: MI varnish
Bevat caseïne en is gecontra-indiceerd bij patiënten met een lactoseallergie.
235
interacties: Miconazole (Daktarin)
Verhoogt het bloedingsrisico in combinatie met Vitamine K-antagonisten (zoals Marcoumar/Marevan), en mag nooit worden voorgeschreven bij deze patiënten.
236
interacties: Midazolam
De combinatie met lachgas (inhalatiesedatie) wordt afgeraden.
237
interacties: Midodrine
Ageusie.
238
interacties: Minocycline
Gecontra-indiceerd bij kinderen < 8 jaar.
239
interacties: Moclobemide
Kan het Serotoninesyndroom veroorzaken in combinatie met SSRI’s.
240
interacties: Mometasone
Niet gespecificeerd in de bronnen.
241
interacties: Morfine
Veroorzaakt droge mond (xerostomie).
242
interacties: N-monocholo-aminozuren
Wordt gemengd met NaOCl.
243
interacties: Nadroparine (Fraxiparine®)
Geen specifieke interacties genoemd buiten het beleid bij dialysepatiënten.
244
interacties: NaF-lak
N.V.T.
245
interacties: Naloxone
N.V.T.
246
interacties: NaOCl (Natriumhypochloriet)
Interactie met EDTA: EDTA inactiveert NaOCl, dus er moet altijd finaal worden nagespoeld met NaOCl na EDTA. Interactie met CHX: Mag NIET worden gecombineerd met Chloorhexidine, omdat dit de toxische, carcinogene stof parachloro-aniline vormt.
247
interacties: Napoxen (Naproxen)
Verhoogt bloedingsrisico met Vitamine K-antagonisten. Kan chemische brandwonden veroorzaken. Wordt afgeraden bij GI-problemen, hartfalen, nierfalen en astma.
248
interacties: Naproxen
Zie Napoxen.
249
interacties: Narcotica
Veroorzaakt droge mond. Het gelijktijdig gebruik met Benzodiazepines (benzo’s) wordt afgeraden.
250
interacties: Nasale decongestiva
Veroorzaakt droge mond (xerostomie).
251
interacties: Natrium monofluorofosfaat (Na-MFP)
Moet gedegradeerd worden door enzymen voor het therapeutische effect.
252
interacties: Natrium valproaat
Verhoogd risico op gingivahyperplasie.
253
interacties: Natriumbisulfiet
Verlaagt de pH van de LA-oplossing, wat de onset van anesthesie vertraagt. Kan allergische reacties veroorzaken.
254
interacties: Natriumfluoride (NaF)
Vormt Hydrofluoridezuur (HF) bij lage pH, wat de absorptie en toxiciteit verhoogt in de maag.
255
interacties: Natriumhexametafosfaat
Stabiliseert SnF2 en F.
256
interacties: Natriumhypochloriet
Zie NaOCl.
257
interacties: Nicardipine
Kan het effect van andere calcium-kanaal blokkers versterken.
258
interacties: Nicorandil
N.V.T.
259
interacties: Niet-selectieve β-blokker
Veroorzaken plotselinge BD-stijging en reflex bradycardie in combinatie met adrenaline (VC in LA). Vertragen de klaring van amide-LA (Lidocaïne). Zijn depressogene medicatie.
260
interacties: Nifedipine (Adalat)
Verhoogt het risico op gingivahyperplasie; het risico is 25x hoger indien gecombineerd met Cyclosporine. Veroorzaakt droge mond.
261
interacties: Nikkel
Kan allergische reacties veroorzaken.
262
interacties: Niphedipine
De combinatie van Niphedipine met Cyclosporine (een immunosuppressivum) kan de overgroei van het tandvlees tot 25 keer versterken.
263
interacties: Nitrendipine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
264
interacties: Nitrofurantoïne
Vet voedsel verhoogt de absorptie en daarmee de biologische beschikbaarheid van Nitrofurantoïne.
265
interacties: Nivolumab
Niet gespecificeerd in de bronnen.
266
interacties: Norepinephrine
Het dient niet gebruikt te worden bij hartpatiënten.
267
interacties: Norfloxacine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
268
interacties: Nortriptyline
Interactie met lokale anesthesie die adrenaline bevat (vasoconstrictor). Adrenaline moet beperkt worden tot 1-2 carpules en waakzaam worden toegediend.
269
interacties: Novamin
Niet gespecificeerd in de bronnen.
270
interacties: NSAID
NSAID's verhogen de kans op GI-letsels/bloedingen bij gelijktijdig gebruik met Aspirine of Corticosteroïden. Ze verminderen het therapeutisch effect van Diuretica en Antihypertensiva. NSAID's versterken het effect van Vitamine K antagonisten (bloedverdunners) en moeten vermeden worden bij inname van Methotrexaat en Lithium.
271
interacties: Nystatine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
272
interacties: Olmesartan
Niet gespecificeerd in de bronnen.
273
interacties: Omeprazole
Omeprazole kan een interactie aangaan met Clopidogrel (een anti-aggregans).
274
interacties: Opiaten
Opiaten geven CZS depressie. Gelijktijdig gebruik met lokale anesthetica kan een summatief effect geven en het risico op overdosering verhogen. Het gelijktijdig gebruik van sterke opioïden met Benzodiazepines is afgeraden.
275
interacties: Orale anticonceptie
Niet gespecificeerd in de bronnen.
276
interacties: Orale H1-antihistaminica
Niet gespecificeerd in de bronnen.
277
interacties: Ornidazol
Niet gespecificeerd in de bronnen.
278
interacties: Oxycodon
Zie Opiaten (Niet specifiek voor Oxycodon vermeld).
279
interacties: Pamidronaat
Het risico op MRONJ is verhoogd bij concomitant gebruik van systemische glucocorticoïden (corticosteroïden).
280
interacties: Papacarie
Niet gespecificeerd in de bronnen.
281
interacties: Papaïne
Niet gespecificeerd in de bronnen.
282
interacties: Paracetamol (Acetaminophen)
Chronisch alcoholgebruik kan de afbraak van Paracetamol verhogen en leiden tot een toename van toxische metabolieten. De pijnstillende effecten worden versterkt in combinatie met codeïne.
283
interacties: Paroxetine (\text{Seroxat}^\text{Ò})
Verhoogt het bloedingsrisico in combinatie met Vitamine K-antagonisten. Het is een substraat voor CYP 2D6, wat betekent dat het metabolisme kan worden geremd.
284
interacties: Pembrolizumab (\text{Keytruda})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
285
interacties: Penicillamine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
286
interacties: Penicilline (Amoxicilline)
De werking van Vitamine K-antagonisten (bloedverdunners) wordt versterkt, wat het bloedingsrisico verhoogt. Het kan worden afgebroken bij een lage pH in de maag. Probenecid remt de excretie. Rash is mogelijk in combinatie met Allopurinol.
287
interacties: Pepsine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
288
interacties: Perio-aid
CHX wordt gedeactiveerd door andere bestanddelen in tandpasta.
289
interacties: Pilocarpine
Vele bijwerkingen en contra-indicaties bij ouderen.
290
interacties: Piroxicam
NSAID's mogen niet gecombineerd worden met Vitamine K-antagonisten (Warfarine) of Lithium, en ook niet met Methotrexaat.
291
interacties: PO medicatie
Interacties zijn afhankelijk van het specifieke oraal ingenomen medicament.
292
interacties: Pompelmoessap
Versterkt de werking van Ca2+-antagonisten, anti-HIV-medicatie, en benzodiazepines (zoals Lorazepam).
293
interacties: Potassium Nitraat (\text{KNO}_3)
Niet gespecificeerd in de bronnen.
294
interacties: Povidon jood (\text{Iso-betadine})
Wordt door sommigen beschouwd als een mondspoelmiddel dat een meerwaarde heeft als aanvulling op SRP bij parodontitis.
295
interacties: Prasugrel (\text{Efient}^\text{Ò})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
296
interacties: Prednisolone
De absorptie kan verminderd worden door complexvorming (chelaat) in combinatie met antacida op basis van Aluminium (Al) en Magnesium (Mg).
297
interacties: Pregabaline (\text{Lyrica})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
298
interacties: Prilocaïne
Het anesthesie-effect wordt versterkt (summatief effect) in combinatie met Sedativa en Opioïden, wat een reductie van de maximale dosis LA vereist.
299
interacties: Probenecid
Remt de excretie van penicilline en anabole steroïden.
300
interacties: Procaine
Kan dysgeusie veroorzaken.
301
interacties: Promethazine
Kan gevaarlijk zijn in combinatie met andere CZS-remmers/sedativa. Veroorzaakt droge mond (xerostomie).
302
interacties: Propranolol
Veroorzaakt plotselinge bloeddrukstijging en reflex bradycardie in combinatie met adrenaline (VC in LA); dosis adrenaline beperken. Metaboliseert via CYP450, geremd door Cimetidine. Kan dysgeusie veroorzaken.
303
interacties: Proteïne C
N.V.T.
304
interacties: Pyrofosfaat (\text{P}_2\text{O}_8)
Wordt gecombineerd met Triclosan en Fluoride.
305
interacties: Retinoïden
N.V.T.
306
interacties: Rifabutine
Kan dysgeusie veroorzaken.
307
interacties: Rifampicine
Sterke enzyminductor van CYP450. Versnelt de afbraak van Vitamine K-antagonisten (antagonisme). Kan verminderde absorptie ervaren door voedsel.
308
interacties: Rifocine
N.V.T.
309
interacties: Risedronaat (Actonel®)
Risico op MRONJ is verhoogd bij concomitant gebruik met systemische glucocorticoïden.
310
interacties: Rituximab
N.V.T.
311
interacties: Rivaroxaban (Xarelto®)
De absorptie en werking van DOAC's is minder gevoelig voor interacties dan die van Vitamine K-antagonisten. Bloedingsrisico wordt verhoogd door NSAID's.
312
interacties: Romososumab
Risico op MRONJ is verhoogd bij concomitant gebruik met systemische glucocorticoïden.
313
interacties: Rovamycine
Kan interacties hebben met andere medicatie.
314
interacties: Roxithromycine
Kan het metabolisme van andere medicatie compromitteren.
315
interacties: Sacharine
N.V.T.
316
interacties: Salbutamol (Albuterol)
Antagonisme met β-blokkers. NSAID's vermijden.
317
interacties: Salmeterol
Antagonisme met β-blokkers. NSAID's vermijden.
318
interacties: Sensodyne
Werking varieert sterk per formule (zenuwblokker of tubuliblokker).
319
interacties: Septanest normal (Septanest 40mg/ml zonder adrenaline)
Geen interacties specifiek voor de Articaïne-zonder-VC formulering gemeld.
320
interacties: Septanest special
Bij patiënten die Tricyclische Antidepressiva (TCA) innemen, moet adrenaline beperkt worden tot maximaal 1 à 2 carpules. Contra-indicaties voor vasoconstrictoren (adrenaline) zijn onder meer ernstige cardiopathie, hyperthyroïdie, recente radiotherapie/chemotherapie en slecht geregelde diabetes.
321
interacties: Sertraline
Gelijktijdig gebruik met Vitamine K antagonisten (bloedverdunners zoals Sintrom) verhoogt het bloedingsrisico.
322
interacties: Sialine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
323
interacties: Silver Diamine Fluoride (SDF)
De zwarte verkleuring kan worden geminimaliseerd door direct na applicatie kaliumjodide aan te brengen. Morsen kan gingivale brandwonden veroorzaken.
324
interacties: Simvastatine
Het effect van Simvastatine kan toenemen bij gelijktijdig gebruik met de antibiotica Clarithromycine en Erythromycine.
325
interacties: Sint-janskruid
Vermindert de werking van orale Anticoagulantia (Warfarine, Fenprocoumon), Digoxine en Anti-epileptica. Combinatie met andere serotonine-heropname remmers (SSRI's) kan het serotoninesyndroom veroorzaken.
326
interacties: Sintrom (Acenocoumarol)
Het effect wordt versterkt (verhoogd bloedingsrisico) door NSAID's en de antibiotica/antischimmelmiddelen Metronidazole, Fluconazole, Ketoconazole en Miconazole. SSRI's verhogen ook het bloedingsrisico.
327
interacties: SNRI
Wordt genoemd in de context van het risico op het serotoninesyndroom bij gelijktijdig gebruik met andere serotonerge stoffen.
328
interacties: Sodiumfluoride (NaF)
Bij acute intoxicatie (> 5 mg/kg lichaamsgewicht) wordt geadviseerd om melk te drinken, aangezien calcium zich bindt aan fluoride.
329
interacties: Sonic hedgehog pathway-antagonisten
Verhoogd risico op MRONJ in combinatie met systemische glucocorticoïden (corticosteroïden).
330
interacties: Sorbitol
Overmatige inname (> 20g in één keer) kan osmotische diarree veroorzaken.
331
interacties: Spironolactone
Kan synergisme vertonen met ACE-inhibitoren (angiotensine-converterend enzymremmers), wat een farmacodynamische interactie is.
332
interacties: SSRI’s
Verhoogt het bloedingsrisico bij gelijktijdig gebruik met Vitamine K antagonisten (bloedverdunners). Combinatie met MAO-inhibitoren of andere serotonerge middelen kan het serotoninesyndroom veroorzaken.
333
interacties: Stevia
Niet gespecificeerd in de bronnen.
334
interacties: Strontium chloride (SrCl2)
Niet gespecificeerd in de bronnen.
335
interacties: Strontiumacetaat (Sr-acetaat)
Niet gespecificeerd in de bronnen.
336
interacties: Sucralfaat
Kan complexen vormen met fenytoïne.
337
interacties: Sufentanil
Over het algemeen moeten opioïden vermeden worden in combinatie met Benzodiazepines vanwege het risico op diepe CZS depressie.
338
interacties: Sunitinib
Verhoogd risico op MRONJ in combinatie met systemische glucocorticoïden (corticosteroïden).
339
interacties: Syngel
Niet gespecificeerd in de bronnen.
340
interacties: Tacrolimus
Niet gespecificeerd in de bronnen.
341
interacties: Tamoxifen
Sint-Janskruid (een CYP 3A4-inductor) kan de werking van Tamoxifen verminderen.
342
interacties: TAP (Triple Antibiotic Paste)
AB-cocktails zoals TAP brengen nadelen met zich mee, zoals antagonisme, bacteriële resistentie en systemische allergische reacties.
343
interacties: TCA (Tricyclische Antidepressiva)
Opletten met adrenaline/vasoconstrictoren in lokale anesthetica (dosis beperken). Risico op het Serotoninesyndroom in combinatie met SSRI’s (bv. Fluoxetine), MAO-inhibitoren of Lithium.
344
interacties: Telmisartan
Niet gespecificeerd in de bronnen.
345
interacties: Terazosine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
346
interacties: Terbinafine
Niet gespecificeerd in de bronnen.
347
interacties: Tetracycline
De absorptie wordt verminderd door antacida of medicatie die Calcium, Magnesium, Aluminium of Ijzer bevat, vanwege chelaatvorming.
348
interacties: Thalidobromide
Wordt soms in combinatie met bisfosfonaten gegeven, wat het MRONJ-risico verhoogt.
349
interacties: Theofiline / Theophylline
Macroliden (Erythromycine, Clarithromycine) kunnen het effect van Theophylline versterken. Sint-Janskruid en roken/gegrild vlees kunnen de werking verminderen.
350
interacties: Ticagrelor (\text{Brilique}^\text{Ò})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
351
interacties: Ticlopidine (\text{Ticlid}^\text{Ò})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
352
interacties: Tinfluoride (\text{SnF}_2)
Sn kan verkleuring veroorzaken, maar hexametafosfaat en phytic acid binden eraan om dit te verhinderen.
353
interacties: Tinzaparine (\text{Innohep}^\text{Ò})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
354
interacties: Tiotropium (\text{Spiriva})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
355
interacties: Tirofiban (\text{Aggrastat}^\text{Ò})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
356
interacties: Tolonium chloride
Niet gespecificeerd in de bronnen.
357
interacties: Tramadol
Opiaten (zoals Tramadol) kunnen CZS-depressie geven.
358
interacties: Tranexaminezuur (TXA) (\text{Exacyl}^\text{Ò})
Niet gespecificeerd in de bronnen.
359
interacties: Trazodone
SSRI's kunnen het bloedingsrisico vergroten in combinatie met Vitamine K-antagonisten.
360
interacties: Triamcinolone
Systemische corticosteroïden kunnen het risico op MRONJ verhogen bij patiënten die bisfosfonaten innemen.
361
interacties: Triazolam
Verminderd therapeutisch effect bij inname van Sint-Janskruid.
362
interacties: Triclosan
De werkingsduur wordt verlengd door combinatie met Gantrez (copolymeer).
363
interacties: Ureum
N.V.T.
364
interacties: Valproaatzuur (Natrium valproaat)
Aspirine moet vermeden worden bij inname van Valproaatzuur.
365
interacties: Valsartan
Geen specifieke interacties vermeld buiten de algemene interacties van antihypertensiva (zoals verminderd therapeutisch effect met NSAID’s).
366
interacties: Vemurafenib
N.V.T.
367
interacties: Venlafaxine
Kan het serotoninesyndroom veroorzaken in combinatie met Sint-Janskruid.
368
interacties: Verapamil
Kan een synergetisch effect veroorzaken in combinatie met β-blokkers.
369
interacties: Vernis
NaF-lakken met hoge fluorideconcentraties kunnen bij demineralisatie de tanden oranje kleuren.
370
interacties: Vitamine D
N.V.T.
371
interacties: Voco
N.V.T.
372
interacties: Warfarine (Marevan®)
Het effect wordt versterkt (leidend tot een te hoge INR) door: Metronidazole, Erythromycine, Clarithromycine, NSAID's, Fluconazole, Ketoconazole, Miconazole. Het effect wordt verminderd (antagonisme) door Rifampicine (enzyminductie).
373
interacties: Xylitol
Synergetisch effect in combinatie met fluoride.
374
interacties: Xylocaine
Amide LA's worden gemetaboliseerd in de lever; lagere dosis is vereist bij leverziekte of hartfalen. De klaring wordt vertraagd door niet-selectieve bètablokkers (Propranolol).
375
interacties: Zidovudine (AZT, Retrovir)
N.V.T.
376
interacties: Zilverfluoride (AgF)
Werkt samen met tinfluoride (SnF2).
377
interacties: Zilvernitraat (\text{AgNO}_3)
N.V.T.
378
interacties: Zink chloride (\text{ZnCl}_2)
N.V.T.
379
interacties: ZnO pasta (Zinkoxide-Eugenol)
Niet compatibel met adhesieve technieken.
380
interacties: Zoledronaat (Aclasta®, Zometa®)
Het risico op MRONJ is verhoogd bij concomitant gebruik met systemische glucocorticoïden.
381
interacties: Zopiclon
N.V.T.
382
interacties: Zovirax
N.V.T.