wachten
wachtte
wachtten
zwemmen
zwom
zwommen
lezen
las
lazen
kopen
kocht
kochten
gaan
ging
gingen
dansen
danste
dansten
doen
deed
deden
eten
at
aten
afhalen
haalde af
haalden af
praten
praatte
praatten
wandelen
wandelde
wandelden
kijken
keek
keken
bekijken
bekeek
bekeken
studeren
studeerde
studeerden
laten
liet
lieten
bakken
bakte
bakten
beginnen
begon
begonnen
begrijpen
begreep
begrepen
bezoeken
bezocht
bezochten
blijven
bleef
bleven
brengen
bracht
brachten
denken
dacht
dachten
drinken
dronk
dronken
geven
gaaf
gaven