kunst 2 Flashcards

(14 cards)

1
Q

renaissance

A

Opleving van de idealen en kunst van de klassieke oudheid. In de veertiende eeuw opgekomen in Italié, met als centrum Florence, later verspreid over heel Europa. Studie en wetenschap staan hoog in aanzien, het wereldbeeld is humanistisch en de invloed van niet-kerkelijke opdrachtgevers neemt toe.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

romaans

A

Benaming voor (bouw)kunst uit Europa uit de elfde en twaalfde eeuw. Gebaseerd op de op de vroegere Romeinse bouwkunst, met rondbogen en zware massieve dragende muren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

rondboog

A

Halfronde boog die de bovenkant vormt van een poort, raam of gewelf. Veel gebruikt in de klassieke oudheid door de Romeinen en in de middeleeuwen in romaanse kerken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

roosvenster

A

Rond venster als onderdeel van de portalen in een kerkgebouw waarmee het middenschip en het dwarsschip worden afgesloten. Vaak voorzien van gebrandschilderde ramen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

scholastiek

A

Filosofische praktijk op middeleeuwse scholen en universiteiten waarin een verbinding wordt gemaakt tussen de leer van de kerk en filosofen uit de Oudheid, met name Aristoteles.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

scriptorium

A

Schrijfkamer, ruimte waar boeken in een klooster worden gekopieerd en bewaard.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

sinopia

A

Voortekening of schets als basis voor een fresco schildering. Het woord synopsis is hiervan afgeleid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

skeletbouw

A

Constructiewijze toegepast vanaf de gotiek waarbij gewicht gedragen wordt door een geraamte en muren alleen dienen om ruimtes te scheiden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

steunbeer

A

Massieve verzwaring ter versterking van de muur om de zijwaartse druk van gewelven, luchtbogen of daken op te vangen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

syllabisch

A

Een syllabe is een lettergreep. In syllabische vocale muziek wordt per lettergreep slechts één noot gezongen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

tenor

A

De stem die de melodie vasthoudt (vasthouden = tenere). Hoge mannelijke zangstem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

timpaan

A

Een halfcirkelvormig of driehoekig vlak onder een (dak)lijst of boog of boven een toegangspoort, met reliëfs als decoratie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

tongewelf

A

Gewelf in de vorm van een halve cilinder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

troubadour

A

Zanger in de middeleeuwen die als liefhebberij optreedt in eigen adellijke kring met een niet-kerkelijk repertoire, vaak over de hoofse liefde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly