renaissance
Opleving van de idealen en kunst van de klassieke oudheid. In de veertiende eeuw opgekomen in Italié, met als centrum Florence, later verspreid over heel Europa. Studie en wetenschap staan hoog in aanzien, het wereldbeeld is humanistisch en de invloed van niet-kerkelijke opdrachtgevers neemt toe.
romaans
Benaming voor (bouw)kunst uit Europa uit de elfde en twaalfde eeuw. Gebaseerd op de op de vroegere Romeinse bouwkunst, met rondbogen en zware massieve dragende muren.
rondboog
Halfronde boog die de bovenkant vormt van een poort, raam of gewelf. Veel gebruikt in de klassieke oudheid door de Romeinen en in de middeleeuwen in romaanse kerken.
roosvenster
Rond venster als onderdeel van de portalen in een kerkgebouw waarmee het middenschip en het dwarsschip worden afgesloten. Vaak voorzien van gebrandschilderde ramen.
scholastiek
Filosofische praktijk op middeleeuwse scholen en universiteiten waarin een verbinding wordt gemaakt tussen de leer van de kerk en filosofen uit de Oudheid, met name Aristoteles.
scriptorium
Schrijfkamer, ruimte waar boeken in een klooster worden gekopieerd en bewaard.
sinopia
Voortekening of schets als basis voor een fresco schildering. Het woord synopsis is hiervan afgeleid.
skeletbouw
Constructiewijze toegepast vanaf de gotiek waarbij gewicht gedragen wordt door een geraamte en muren alleen dienen om ruimtes te scheiden.
steunbeer
Massieve verzwaring ter versterking van de muur om de zijwaartse druk van gewelven, luchtbogen of daken op te vangen.
syllabisch
Een syllabe is een lettergreep. In syllabische vocale muziek wordt per lettergreep slechts één noot gezongen.
tenor
De stem die de melodie vasthoudt (vasthouden = tenere). Hoge mannelijke zangstem.
timpaan
Een halfcirkelvormig of driehoekig vlak onder een (dak)lijst of boog of boven een toegangspoort, met reliëfs als decoratie.
tongewelf
Gewelf in de vorm van een halve cilinder.
troubadour
Zanger in de middeleeuwen die als liefhebberij optreedt in eigen adellijke kring met een niet-kerkelijk repertoire, vaak over de hoofse liefde.