vandaag
aujourd’hui
gisteren
hier
eergisteren
avant-hier
morgen
demain
overmorgen
après-demain
lang
longtemps
soms
parfois
dikwijls
souvent
altijd
toujours
voortdurend
tout le temps
nooit
ne … jamais
nu
maintenant
vroeg
tôt
laat
tard
onmiddellijk
tout de suite
meteen
immédiatement
avant
eerder, vroeger
nu, op dit ogenblijk
en ce moment
toen, op dat ogenblik
à ce moment
geleden
il y a
binnen 14 dagen
dans quinze jours
voor
avant
na
après
tijdens
pendant, durant