Welke tijd is de Passé composé ?
Voltooid verleden tijd (VVT)
vb: Ik heb gegeten.
Welke twee vormen van de passé composé heb je?
Le passé composé avec avoir
Le passé composé avec être
Hoe vervoeg je de werkwoorden die eindigen op -ER?
-ER => é
Hoe vervoeg je de werkwoorden die eindigen op -IR?
-IR => i
Hoe vervoeg je de werkwoorden die eindigen op -RE?
-RE => u
Passé composé, hoe stel je de zin samen?
Voorbeeld: Jij hebt lang geslapen.
Tu as dormi longtemps.
Wanneer gebruik je ÊTRE in de passé composé in plaats van avoir?
Bij volgende werkwoorden:
Hint:
- Wanneer je in nederlands ‘zijn’ gebruikt, is de kans groot dat je ÊTRE gebruikt in het frans
- Wanneer het werkwoord te maken heeft met bewegen, is de kasn groot dat je être gebruikt
Er zijn enkele onregelmatige werkwoorden. Hoe vervoeg je deze, en geef een voorbeeld:
Er zijn enkele onregelmatige werkwoorden. Hoe vervoeg je deze, en geef een voorbeeld:
Er zijn enkele onregelmatige werkwoorden. Hoe vervoeg je deze, en geef een voorbeeld:
Vertaal:
Wij hebben een ander spel gekozen.
Nous avons choisi un autre jeu.
Vertaal:
Ik heb een kat gezien.
J’ai vu une chat.
Vertaal:
Jullie zijn te laat aangekomen.
Vous êtes arrivé en retard.
Vertaal:
Heb jij het boek gelezen?
Tu as lu le livre?