dag (de)
day
het
it
vandaag
today
maandag
monday
dinsdag
tuesday
gisteren
yesterday
was
was
morgen
tomorrow
woensdag (de)
wednesday
donderdag (de)
thursday
vrijdag (de)
friday
laatste
last
dagen (de dag)
daays
week (de)
week
zijn
are
zaterdag (de)
saturday
zondag (de)
sunday
dan
then
weekend (het)
weekend
werken (het)
work
meerste
most
mensen
people
van
from
tot en met
through