Tegenkomen
To meet/encounter
Geleden
Ago
Het gaat wel
Alright
Sinds
Since
Na
After
Direct
Right now
Iets
Something
Afspreken
Set a date/make an appointment
De Afspraak
The appointment
Maken
To make
Dat lukt niet
That doesn’t work/ I’m unavailable
Dan
Then
Kunnen
Can (modal verb)
Blijven
To stay
Het plan
The plan
Schrijven
To write
Hartstikke
Very/completely
Hartstikke leuk
Terrific/fantastic
(Dat) vind ik ook
I think so too
Ik moet ervandoor
I must go
Gauw
Quickly/soon (you can say Tot X)
Wensen
To wish
Wensen
To wish
Doen de groeten aan
Give my regards to