porto, portare
dragen, brengen
ambulo, ambulare
wandelen
amo, amare
houden van, beminnen
maneo, manere
blijven, wachten
perf: mansi
curro, currere
rennen, hardlopen
Perf. Cucurri, Cursum
aqua
water
medicus
arts, dokter
oculus
oog
voluptas, voluptates
genoegen
mens, mentes
eest, verstand
mortuus
gestorven, dood
unus
een
nihil
niets
primo
eerst
iterum
weer, opnieuw
itaque
daarom, dus
cum + abl
met, samen met
in + abl
in, op
sine + abl
zonder
e/ ex + abl
uit, van
Nonne?
de vragensteller verwacht het antwoord ja
Num?
de vragensteller verwacht het antwoord nee
-ne?
neutrale vraag
specto, spectare
kijken, bekijken