Les 7 Flashcards

(52 cards)

1
Q

wat is het verschil tussen een klein en een groot schip?

A

klein schip < 20 m
groot schip > 20m

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is LAT en NAP

A

Laagst astronomisch peil
normaal amsterdams peil

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat betekent 55m 29M

A

55 meter hoogte, zichtbaar op 29 mijl

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

waar staat VC en VP voor?

A

verkeerscentrale en verkeerspost

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

wat betekent lichtblauw en donkerblauw op een kaart?

A

lichtblauw is dieptelijn 5 m, donkerblauw 10m

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat betekent groen op een kaart?

A

laagwaterlijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat is het verschil tussen SIGNI en IALA-A?

A

SIGNI: binnenwater
IALA-A: zee

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

hoe zit een scheidingston eruit hoofdvaarwater rechts?

A

rood boven groen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

hoe ziet een scheidingston eruit hoofdvaarwater links?

A

groen boven rood

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat voor soort ton zie je als je 2 vaarwegen tegen komt van gelijk belang?

A

cardinale ton

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

hoe zien rode en groene tonnen eruit qua vorm?

A

groen spits, rood stomp

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat geven cardinale tonnen aan?

A

obstakels en andere gevaren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat zijn de lichten van een zuid cardinaal?

A

6 flikkeringen + long flash

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

hoe zien tonnen eruit met een bijzondere betekenis?

A

geel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

hoe zien tonnen eruit die een afzonderlijk gevaar markeren

A

zwarte boei met rode streep, topteken is 2 zwarte bollen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

hoe ziet een verkenningston eruit?

A

circuston - rood en wit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

hoelang is very quick? en quick?

A

1/4 sec en 1/2 sec

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

hoelang is een flash?

A

1 sec

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

wat is een long flash

A

langer uit dan aan, 2 sec

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

wat is een iso licht?

A

even lang aan als uit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

wat is een occulting licht

A

langer aan dan uit

22
Q

wanneer is het springtij?

A

2 dagen na volle maan en 2 dagen na nieuwe maan

23
Q

wat is verval?

A

verschil tussen hoog water en laag water

24
Q

wat is het reductievlak?

A

zelfde als LAT. kaartdiepte. in praktijk is diepte altijd meer

25
als je op een stroomkaart de volgende cijfers ziet: 1823. wat betekent dit?
doodtij stroomsnelheid van 1,8 knopen. springtij stroomsnelheid van 2,3 knopen
26
wat zijn indicatoren van dat het weer gaat verslechten
luchtdruk daalt en krimpende wind
27
wanneer is er sprake van mist?
minder dan 1 km
28
naar welke richting heeft de wind op het noordelijk haldrond?
rechts
29
welke kant op spiraalt de wind op het N halfrond bij een hogedruk en een lagedruk gebied?
hogedrukgebied: met de klok mee lagedrukgebied: tegen de klok in
30
wat is een frontvlak?
overgangszone tussen 2 luchtsoorten
31
wat gebeurt er met de lucht bij een warmtefront?
warme lucht kruipt over koude lucht
32
wat zijn weerskenmerken van een warmtefront?
bewolkt en langdurig regen
33
wat zijn de kenmerken van een gebied achter een koufront?
heldere lucht, stapelwolken, korte buien, W en NW wind
34
wat voor weer kun je verwachten bij het passeren van een trog?
buien met veel windstoten
35
hoe draait de wind als je een depressie ziet naderen die jou ten zuiden passeert?
wind krimpt van ZO naar ZW
36
hoe ontstaan wolken?
wanneer lucht opstijgt koelt hij af en laat waterdamp los. bij teveel waterdamp ontstaat er condens en dan zie je wolken
37
wat is cirrus?
hoge bewolking, windveren
38
wat is cirrostratus?
hoge bewolking, sluierbewolking. komt slecht weer aan
39
wat is cirrocumulus?
hoge bewolking, schaapjeswolkjes
40
wat is altostratus?
middelhoge sluierbewolking
41
wat is altocumulus?
middelhoge grote schapen wolken
42
wat is stratocumulus?
laaghangende wolken
43
wat is stratus?
laaghangende wolken
44
wat is nimbo stratus?
regenwolken
45
wat is cumulus?
stapelwolken
46
wat is cumulonimbus?
stapelwolken. regen en onweersbuien. als de zon schijnt zijn ze helder van buiten en donker van binnen > zware buien gevolgd door windstoten
47
waar moet je op bedacht zijn bij nadering van een onweersbui?
plotselinge draaiing van de wind
48
waar komt arctische lucht vandaan, wat zijn de kenmerken?
poolstreken alleen in winter N/NO wind strenge vorst goed zicht diepblauwe lucht
49
waar komt polaire lucht vandaan? wat zijn de kenmerken?
50-60/65 NB zomer en winter NW wind in de zomer heb je koude en vochtige lucht
50
waar komt maritieme lucht vandaan? wat zijn de kenmerken?
noordwesten goed zicht, vaak stapelwolken
51
waar komt polaire maritieme lucht vandaan? wat zijn de kenmerken?
50-60/65 NB wind uit NW/N Koele vochtige lucht vaak stapelwolken helder zicht
52
waar komt afrikaans tropische lucht vandaan? wat zijn de kenmerken?
noord-afrika Z wind in de zomer droge warme lucht veel stof matig/ slecht zicht sluierbewolking