Less 22 - ? Flashcards

(623 cards)

1
Q

bevolking (de)

A

population

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

hangt ervan af (afhangen van)

A

depends on it

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

ervan

A

on it

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

bekijkt (bekijken)

A

look at

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

ruim

A

a bit more than

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

inwoners (de inwoner)

A

inhabitants

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

minder

A

less

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

relatief

A

relatively

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

dichte (dicht)

A

dense

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

gemiddeld

A

average

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

kilometer (de)

A

kilometre

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

figuur (de)

A

figure

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

nogal

A

quite a bit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

gegroeid (groeien)

A

grown

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

groei (de)

A

growth

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

gaat door (doorgaan)

A

goes on

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

oorzaken (de oorzaak)

A

causes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

daarvan

A

of that

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

hoger

A

higher

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

gemiddelde (het)

A

average

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

groeit (groein)

A

grows

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

doordat

A

because

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

leven

A

live

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

belangrijke

A

important

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
immigratie (de)
immigration
26
behoefte aan
need of
27
vrijheid (de)
freedom
28
veiligheid (de)
safety
29
universiteit (de)
university
30
liefde (de)
love
31
verlaten
leave
32
juist
on the contrary
33
verklaring (de)
explanation
34
daarvoor
for that
35
vertrekken
leave
36
regels (de regel)
rules
37
christelijk
christian
38
protestantse
protestant
39
rechten (het recht)
rights
40
godsdienst (de)
religion
41
katholieken (de katholiek)
catholics
42
joden (de jood)
jews
43
staat (de)
state
44
gescheiden
separated
45
godsiensten (de godsdienst)
religions
46
gelijke (gelijk)
equal
47
afgenomen (afnemen)
decreased
48
in
in
49
geloven
believe
50
op basis van
based on
51
vaststellen
determine
52
trouwen
marry
53
blijven
stay
54
getuige (de)
witness
55
mooie
beautiful
56
gemeentehuis (het)
city hall
57
verplicht
obligated
58
ambtenaar (de)
civil servant
59
vertelde (verstellen)
told
60
dienst (de)
service
61
maakte (maken)
made
62
indruk (de)
impression
63
beloofden (beloven)
promised
64
zorgen voor
take care
65
trouwde (trouwen)
married
66
beloven
promise
67
huwelijken (het huwelijk)
marriages
68
eindigt (eindigen)
ends
69
scheiding (de)
divorce
70
negatief
negative
71
geweldig
great
72
ooit
at some point
73
feest (het)
party
74
zaal (de)
hall
75
wel
no less than
76
gasten (de gast)
guests
77
aanwezig
present
78
vertelden (vertellen)
told
79
lied (het)
song
80
gezellige (gezellig)
entertaining
81
vreselijk
horriblw
82
zou (zullen)
would
83
doel (het)
goal
84
om
to
85
opleiding (de)
education
86
afmaken
finish
87
relatie (de)
relationship
88
regelen
arrange
89
officieel
officially
90
registreert (registreren)
register
91
rustig
quiet
92
symbool (het)
symbol
93
bijzondere (bijzonder)
special
94
band (de)
bond
95
tradities (de traditie)
traditions
96
samenleveing (de)
society
97
rol (de)
role
98
leuker
more fun
99
kaart (de)
map
100
ziet er uit (eruitzien)
looks like
101
ten eerste
first of all
102
noord
north
103
zuid
south
104
west
west
105
oost
east
106
grens (de)
border
107
Belgie
Belgium
108
Duitsland
Germany
109
vlak
flat
110
zuiden (het)
south
111
provincie (de)
province
112
bergje (het)
small mountain
113
daar..op
of it
114
trots
proud
115
zag (zien)
saw
116
Zwitserland
Switzerland
117
laag
low
118
laagste
lowest
119
gebieden (het gebied)
areas
120
liggen
are located
121
westen (het)
west
122
onder
below
123
zeeniveau (het)
sea level
124
dijken (de dijk)
dikes
125
dammen (de dam)
dams
126
droog
dry
127
stukken (het stuk)
pieces
128
eilanden (het eiland)
islands
129
noorden (het)
north
130
zuidwesten (het)
southwest
131
vierde
fourth
132
rivieren (de river)
rivers
133
schepen (het schip)
ships
134
wegen (de weg)
roads
135
vormt (vormen)
forms
136
gevaar (het)
danger
137
breken
break
138
ramp (de)
disaster
139
gebeurde (gebeuren)
happened
140
nog eens
once more
141
gebeuren
happen
142
groen
green
143
enkele
a few
144
gebouwd (bouwen)
built
145
kleiner
smaller
146
groeien
grow
147
woningen (de woning)
houses
148
bedrijven (het bedrijf)
businesses
149
ten slotte
lastly
150
noem (noemen)
call
151
stranden (het strand)
beaches
152
't (het)
the
153
zoiets
something like that
154
politie (de)
police
155
laatst
recently
156
reed (rijden)
drove
157
weg (de)
road
158
help (helpen)
help
159
deed (doen)
did
160
verkeerd
wrong
161
vreemd
strange
162
he
isn't it
163
gevoel (het)
feeling
164
iets verkeerds
something wrong
165
raar
weird
166
helpt (helpen)
helps
167
ongeluk (het)
accident
168
gebeurd (gebeuren)
happened
169
rijd (rijden)
drive
170
door
through
171
maakt (maken)
takes
172
foto (de)
photo
173
licht (het)
light
174
wijst (wijzen)
points out
175
gevaren (het gevaar)
dangers
176
boete (de)
fine
177
betaalt (betalen)
pay
178
biertjes (het biertje)
beers
179
gedronken (drinken)
drunk
180
rijden
drive
181
agent (de)
police officier
182
veilig
safely
183
aankomt (aankomen)
arrive
184
politiebureau (het)
police station
185
geef (geven)
throw (give)
186
feestje (het)
party
187
horen
hear
188
toont (tonen)
shows
189
belangstelling (de)
interest
190
duren
last
191
onbekende (de)
stranger
192
legt...uit (uitleggen)
explains
193
stelen
steal
194
gestolen (stelen)
stolen
195
conclusie (de)
conclusion
196
vorige (vorig)
last
197
ingebroken (inbreken)
broken into
198
meteen
immediately
199
zeer
very
200
zaak (de)
case
201
laat (laten)
let (make)
202
lachen
laugh
203
slechte (slecht)
bad
204
ervaringen (de ervaring)
experiences
205
aangifte (de)
police report
206
aangifte doen
file a police report
207
duizenden
thousands
208
ieder
every
209
fietsen (de fiets)
bicycles
210
gebied (het)
area
211
bestaat uit (bestaan uit)
consists of
212
erin
in it
213
in feite
in fact
214
beschouwen
consider
215
geheel
entity
216
plek (de)
place
217
behoort tot (behoren tot)
is amongst
218
schip (het)
ship
219
vanuit
from
220
bereiken
reach
221
om die reden
for
222
reden (de)
reason
223
gevestigd (vestigen)
located
224
handel (de)
trade
225
logische (logisch)
logical
226
gevolg (het)
consequence
227
terwijl
whereas
228
hiervan
of this
229
1/5 = een vijfde
one fifth
230
gebrek (het)
lack
231
gebrek aan
lack of
232
geschikte (geschikt)
suitable
233
elders
elsewhere
234
tuin (de)
garden
235
vandaar
that's why
236
verkeer (het)
traffic
237
volledig
completely
238
vast
stuck
239
negatieve (negatief)
negative
240
gevolgen (het gevolg)
effects
241
lucht (de)
air
242
men
one
243
verliest (verliezen)
loses
244
nationaliteiten (de nationaliteit)
nationalities
245
landen (het land)
countries
246
hoort (horen)
hear
247
heel wat
Quite a lot
248
herken (herkennen)
recognize
249
vieren
celebrate
250
gefeliciteerd
congratulations
251
verjaardag (de)
birthday
252
vele (veel)
many
253
cadeautje (het)
present
254
meegebracht (meebrengen)
brought along
255
blij
happy
256
drinken
drinks
257
bedoeling (de)
idea
258
uitgebreid
extensively
259
geven
give (throw)
260
vanwege
because of
261
ter gelegenheid (de)
on the occasion of
262
gelegenheid (de)
occasion
263
examen (het)
exam
264
gebeurtenis (de)
event
265
gevonden (vinden)
found
266
geworden (worden)
turned
267
bedenken
think of
268
kennen
know
269
nationale (nationaal)
national
270
april
April
271
koningsdag (de)
King's Day
272
dan
then
273
koning (de)
king
274
koningin (de)
queen
275
persoonlijk
in person
276
cadeau (het)
present
277
gedicht (het)
poem
278
knap
amazing
279
Kerst
Christmas
280
Nieuwjaar
New Year
281
feestdag (de)
holiday
282
moslims (de moslim)
Muslim
283
Suikerfeest (het)
Sugar Feast
284
datum (de)
date
285
echter
however
286
bezoeken
visit
287
elk
each
288
bepaalde (bepaald)
certain
289
mei
May
290
einde (het)
end
291
wereldoorlog (de)
World War
292
ter herinnering aan
in memory of
293
slachtoffers (het slachtoffer)
victims
294
oorlog (de)
war
295
brengt (bregen)
brings
296
volwassenen (de volwassene)
adults
297
vrije tijd
free time
298
betekent (betekenen)
means
299
genieten (van)
enjoying
300
rust (de)
peace and quiet
301
actief
active
302
drukker
more busy
303
bepaalt (bepalen)
determines
304
waarop
in which
305
besteed (besteden)
spend
306
normaal gesproken
normally
307
sport (de)
sports
308
belangstelling voor
interest in
309
wel eens
once in awhile
310
concert (het)
concert
311
bij voorkeur
preferably
312
voorkeur (de)
preference
313
serieuze (serieus)
serious
314
films (de)
movies
315
hou (houden)
love
316
voetbal (voetballen)
play football
317
veld
field
318
wandel (wandelen)
walk
319
na...denken (nadenken)
ponder
320
ga...uti (uitgaan)
go out
321
cafe (het)
cafe
322
uit eten
eat out
323
vrijwel
almost
324
dansen
dancing
325
beweging (de)
exercise
326
restaurants (het restaurant)
restaurants
327
nodig...uit (utinodigen)
invite
328
extra
extra
329
waarmee
with that
330
vul (vullen)
fill
331
in het algemeen
generally
332
computer (de)
computer
333
berichten (het bericht)
messages
334
bel (bellen)
call
335
tv (de)
TV
336
voetbalwedstrijd (de)
football match
337
tegen
against
338
Belgen (de Belg)
Belgians
339
genoemd (noemen)
mentioned
340
bezig
busy
341
mobieltjes (het mobieltje)
mobile phones
342
computers (de computer)
computers
343
in orde maken
fix
344
klant (de)
customer
345
sociale (sociaal)
social
346
lang
by far
347
pensioen (het)
pension
348
gewerkt (werken)
worked
349
in deeltijd
part - time
350
iedere (ieder)
every
351
mogelijkheden (de mogelijkheid)
opportunities
352
hangt...af van (afhangen van)
depends on
353
beroep (het)
profession
354
zorg (de)
healthcare
355
onderwijls (het)
education
356
techniek (de)
engineering
357
personeel (het)
personnel
358
eenvoudig
simple
359
verdwijnt (verdwijne)
is disppearing
360
machines (de machine)
machines
361
van belang
importance
362
tijdelijk
temporary
363
telkens
time and time
364
opnieuw
again
365
ervaring (de)
experience
366
toekomst (de)
future
367
betaald (betalen)
paid
368
stages (de stage)
internship
369
vakantiewerk (het)
holiday jobs
370
studie (de)
study
371
telt (tellen)
counts
372
kennis (de)
knowledge
373
bezitten
possess
374
net
just
375
verdienen
earn
376
wat
a bit
377
zo zie je maar
it goes to show
378
beide
both
379
ineens
suddenly
380
werkloos
unemployed
381
ontslagen (ontslaan)
laid off
382
waarvan
from what
383
loon (het)
salary
384
gedurende
during
385
enige (enig)
some
386
oude (oud)
precious
387
uitkering (de)
benefits
388
regering (de)
government
389
daarover
about that
390
werkervaring (de)
work experience
391
blijf (blijven)
happy
392
overlijden
die
393
haal (halen)
get
394
complete (compleet)
complete
395
vet (het)
fat
396
suiker (de)
sugar
397
jammer
it's a shame
398
er...van
of it
399
dik
fat
400
bewegen
move
401
benen (het been)
legs
402
voeten (de voet)
feet
403
kans op
risk/chance of
404
rugproblemen
back problems
405
harde (hard)
loud
406
krijgen last van (last krijgen van)
get problems with
407
oren (het oor)
ears
408
gevaarlijk
dangerous
409
leidt tot (leiden tot)
leads to
410
ongelukken (het ongeluk)
accidents
411
neemt...toe (toenemen)
increase
412
onder
among
413
jeugd (de)
youth
414
raad (de)
advice
415
artsen (de arts)
doctors
416
beweren
claim
417
wetenschappelijk
scientifically
418
bewezen (bewijzen)
proven
419
waarschijnlijk
probably
420
verband (het)
connection
421
geloven
believe
422
geniet van (genieten van)
enjoy
423
leven (het)
life
424
roken
smoking
425
stem (de)
voice
426
jezelf
yourself
427
jongeren (jongere)
young people
428
sigaretten (de sigaret)
cigarettes
429
verkocht (verkopen)
sold
430
plaatsen (de plaats)
places
431
stations (het station)
train stations
432
verboden
forbidden
433
stoppen
stopping
434
verbiedt (verbieden)
forbids
435
wellicht
perhaps
436
bier (het)
beer
437
daarvan
of that
438
speciaal
especially
439
bieden
offer
440
gezien (zien)
seen
441
durft (durven)
dares
442
genomen (nemen)
takes
443
rijdt (rijden)
rides
444
rechtstreeks
directly
445
ideaal
ideal
446
grachten (de gracht)
canals
447
meemaken
experience
448
gebouwen (het gebouw)
buildings
449
zeventiende
seventeenth
450
eeuw (de)
century
451
langs
along
452
vervolgens
after that
453
afspraak (de)
appointment
454
hoewel
although
455
zo'n
such a
456
minstens
at least
457
voordat
before
458
konden (kunnen)
could
459
musea (het museum)
museums
460
trekken
attract
461
nu eenmaal
after all
462
publiek (het)
people
463
kunst (de)
art
464
de moeite waard
worth the effort
465
moeite (de)
effort
466
waard
worth
467
namen (neme)
took
468
stopt (stoppen)
stops
469
verhaal (het)
story
470
volgt (volgen)
is next
471
aanleiding (de)
reason
472
tonen
show
473
soorten (de soort)
types
474
tulpen (de tulp)
tulips
475
kleuren (de kleur)
colors
476
bekend
well-known
477
gezongen (zingen)
sung
478
bezocht (bezoeken)
visited
479
beschermd (beschermd)
protected
480
tegen
against
481
beschouwt (beschouwen)
considers
482
systeem (het)
system
483
moderne (modern)
modern
484
wereldwonderen (het wereldwonder)
wonders of the world
485
terecht
justified
486
papieren (het papier)
papers
487
formulieren (het formulier)
forms
488
invullen
fill out
489
gesprekken (het gesprek)
conversations
490
gesprek voeren
have a conversation
491
organisaties (de organisatie)
organizations
492
paspoort (het)
passport
493
visum (het)
visa
494
wilde (willen)
wanted
495
EU-land (het)
EU country
496
verblijfsvergunning (de)
residence permit
497
kreeg (krijgen)
received
498
immigratiedienst (de)
immigration service
499
inburgering (de)
civic integration
500
inburgeringstoets
civic integration test
501
zeiden (zeggen)
said
502
nadat
after
503
liet (laten)
had
504
zich
himself
505
gemeente (de)
municipality
506
zich registreren
register
507
tegelijk
at the same time
508
burger (de)
civilian
509
belasting (de)
tax
510
gegevens (de)
data
511
belastingdienst (de)
tax office
512
hoorde (horen)
heard
513
buitenlandse
foreign
514
rijbewijs (het)
driving license
515
mocht (mogen)
was allowed
516
voorlopig
for the time being
517
gehaald (halen)
got (passed)
518
geval (het)
case
519
aanvragen
apply for
520
bleek (blijken)
turned out to be
521
afhankelijk van
depending on
522
vergunning (de)
permit
523
geregeld (regelen)
arranged
524
kun...terecht (terecht kunnen)
can go
525
verzekering (de)
insurance
526
tegen
against (for)
527
ziektekosten (de)
medical expenses
528
afsluiten
take out
529
anders
otherwise
530
vergelijken
compare
531
republiek (de)
republic
532
koninkrijk (het)
kingdom
533
ontstaan
originated
534
aparte (apart)
separate
535
zetten
put
536
feiten (het feit)
facts
537
op een rij
in a row
538
richten
direct
539
aandacht (de)
attention
540
staten (de staat)
states
541
rijk (het)
empire
542
leiding (de)
leadership
543
onder leiden van
under the leadership of
544
Willem
William
545
Oranje
Orange
546
voerden oorlog (oorlog voeren)
waged war
547
uiteindelijk
in the end
548
wonnen (winnen)
won
549
kwam tot stand (tot stand komen)
came into being
550
der (=van de)
of the
551
verenigde (verenigd)
united
552
Nederlanden
Netherlands
553
periode (de)
period
554
verre (ver)
far away
555
namen in bezit (in bezit nemen)
took possession
556
bezit (het)
possession
557
herinneren
remind
558
daaraan
of that
559
560
gemeentes (de gemeente)
municipalities
561
horen bij
belong to
562
werd
became
563
hieraan
to this
564
lid (het)
member
565
vlag (de)
flag
566
in gebruik
in use
567
wit
white
568
blauw
blue
569
ontwikkeld (ontwikkelen)
developed
570
in tegenstelling tot
in contrast to
571
meegemaakt (meemaken)
experienced
572
miljoenen
millions
573
leidde (leiden)
led
574
waarbij
during which
575
tientallen
dozens
576
stierven (sterven)
died
577
verloor (verliezen)
los
578
waardoor
as a result of which
579
volk (het)
people
580
hoort bij (horen bij)
belongs to
581
op het gebied van
on the terrain of
582
gelukkige (gelukkig)
happy
583
behoren
belong
584
gelukkigste
happiest
585
in totaal
in total
586
betrokken (bij)
involved
587
jongens (de jongen)
boys
588
blijken
turned out to be
589
gelukkiger
happier
590
meisjes (het meisje)
girls
591
las (lezen)
read
592
bericht (het)
story
593
gisteravond
yesterday evening
594
gelezen (lezen)
read
595
nieuws (het)
news
596
blije (blij)
happy
597
speciale (speciaal)
special
598
controleert (controleren)
checks
599
huizen (het huis)
houses
600
omgeving (de)
surroundings
601
vriendjes (het vriendje)
little friends
602
vriendinnetjes (het vriendinnetje)
little friends (girls)
603
veilige (veilig)
safe
604
situatie (de)
situation
605
opvoeding (de)
upbringing
606
punt (het)
point
607
houdt rekening met (rekening houden met)
take into account
608
meningen (de mening)
opinions
609
gevoelens (het gevoel)
feelings
610
geldt (gelden)
applies
611
betreft (betreffen)
concerns
612
voorbeeld (het)
example
613
leeft (leven)
lives
614
arm
poor
615
meedoen
participate
616
kansen (de kans)
chances
617
overigens
by the way
618
saaie (saai)
boring
619
momenten (het moment)
moments
620
verveelt (zich vervelen)
is bored
621
denkt (denken)
thinks
622
wou (willen)
wish
623