What day is it today?
Welke dag is het vandaag?
When did you come to the Netherlands?
Wanneer ben je naar Nederland gekomen?
How long ago did you come to the Netherlands?
Hoe lang geleden ben je naar Nederland gekomen?
When are you going home?
Wanneer ge je weer naar huis?
What day is the day after tomorrow?
Welke dag is het overmorgen?
What day was yesterday?
Welke dag was het gisteren?
What day was the day before yesterday?
Welke dag was het eergisteren?
The house has a red roof. It has a red roof.
Het huis heeft een rood dak. Het heeft een rood dak.
The door is green. It is green.
De deur is groen. Hij is groen.
The houses are all big. They are all big.
De huizen zijn allemaal groot. Ze zijn allemaal groot.
Finished
Afgelopen
Each other
Elkaar
Let me think
Even denken
Hey guys
Hé jongens
Unfortunately
Helaas
I’m looking forward to it
Ik heb er zin in
Who’s coming along?
Wie gaar er mee?
To meet
Kennismaken
To introduce
Voorstellen
To say
Zeggen
Angry
Boos
The joke
De grap
To laugh
Lachen
To draw
Tekenen