lj4 h3 Flashcards

(36 cards)

1
Q

Beschrijf de overgang van oudheid naar de middeleeuwen

A

-Bijna alle handel verdween, was onveilig om te reizen.
-Bijna alle mensen leefden als boer in de hoeve van een heer, ruilden hun vrijheid en waren in zijn dienst voor bescherming.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Oorzaken voor de afname van handel in de vroege middeleeuwen

A

Neergang West-Romeinse Rijk
-Lokale edelen streden voor macht, oorlogen en onveiligheid maakte het moeilijk om te reizen voor handel
-Minder geld, meer ruilhandel
-Burgers konden luxeproducten niet betalen, kennis om ze te maken verdween

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe ontstond er een gedeeltelijke autarkie in de vroege middeleeuwen?

A

Kennis om specialiseerde producten te maken verdween, boeren moesten producten zelf maken.

Binnen een stad was een nog sprake van specialisatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Beschrijf een domein

A

Domein van een heer waar boeren veiligheid zochten.
Militaire leiders, koning, bisschop, of klooster.
Economische systeem van vroegemiddeleeuwen heet domeinenstelsel, of hofstelsel.

Hof was de boerderij van een heer, die altijd het centrum was.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Beschrijf de onderverdeling van mensen in een domein

A

Vrije boeren
-Eigen beslissingen over hun land en hun producten, maar moesten in oorlogstijd meevechten en zelf voor militaire uitrusting zorgen.

Horigen
-Toestemming om te trouwen, mochten domein niet verlaten, deel van opbrengst opgeven maar onder bescherming van heer en hoeven niet mee te vechten

Lijfeigenen
-Geen bezit en volledig in macht van de heer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Beschrijf de drie standen (sociale groepen) in de vroege middeleeuwen

A

-Geestelijken. Ondhielden het relatie van God van de samenleving
-Adel. Grootgrondbezitters, dus bestuurders, krijgsheren en rechters.
-Boeren. Zorgen voor productie binnen het hofstelsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is het feodale systeem?

A

Met een persoonlijk contract, lenen leenheren grondgebied en bescherming uit aan leenmannen in ruil voor diensten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Het piramide van het feodale systeem

A

-Koning met een groot stuk gebied, verdeeld in gouwen (graafschappen)
-Graaf/hertog. Mocht opbrengst voor zichzelf/bestuur gebruiken.
-Achterleenmannen koning
-Leenman. Konden ook het grondgebied in 1 keer kopen met een grote som geld en het belofte om mee te vechten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Stap 1 van het onstaan van een feodale systeem

A

Karel Martel had een leger van vazalen, zij kregen de kost van een woning maar pardden en wapens waren niet inbegrepen. Omdat er weinig geld beschikbaar was, Wilde karel zijn vazalen helpen en leende boerderijen uit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Stap 2 van het ontstaan van een feodale systeem

A

Karel de Grote had het leenstelsel aan vazalen aan het bestuur gekoppeld. Graven en hertogen werden ook leenmannen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Beschrijf syncretisme

A

Om het overstappen naar het christendom makkelijker te maken.
Een andere geloof aannemen, die je verbindt met je bestaande overtuigingen en praktijken.

Missionarissen hadden een kapel gebouwd waar een heilige boom al vereerd werd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Beschrijf het verbond tussen Frankische leiders en de paus

A

Clovis bekeerde zich tot het christendom en kreeg steun
Gunstig voor de leiders:
-Gebruik maken van ervaren leiders als bisschoppen
-Steun van de paus goed voor wereldse macht
Gunstig voor de kerk:
-Militaire bescherming voor kerk en missionarissen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Vroege verspreiding van het christendom in Nederland

A

Willibrord en Bonifatius wilden de Friezen en Saksen bekeren, met Frankische steun. Engelse missionarissen werden naar veroverde gebieden gestuurd, en kregen grond voor het stichten van kerken en kloosters.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Beschrijf reguliere geestelijken in de vroege middeleeuwen

A

Monniken en nonnen.
Teruggetrokken van de wereld en wonen in kloosters onder een abt of abdis. Dagelijkse taken bepaald door strenge kloosterregels.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Beschrijf seculiere geestelijken in de vroege middeleeuwen

A

-Priesters-leidinggevendes van de kerk, voerden rituelen (de mis) uit.

-Pastoors die voor de parochie (gemeente) van de gelovigen zorgde
-Bisschoppen die leiders van bisdommen waren
-de Paus, die samen met de bischoppen voor nieuwe kerken en en bisdommen in Frankische kerstende gebieden zorgden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Oorspong van de Islam

A

610, in Mekka komt koopman Mohammed in aanraking met joden, christenen en lokale religies en bouwt hij op basis van hun geschriften de Islam.

Volgens hem had God (Allah) had teksten voor hem openbaard, die hij in de Koran op had genomen.

17
Q

Wat was er na de dood van Mohammed gebeurd met de Islam

A

Opgevolgd door schoonvader Aboe Bakr, als de Kalief. Kalifaat was toen overdraagbaar van vader naar zoon
Opgesplitst:
Soenieten: volgen Aboe Bakr
Sjiieten: vinden Ali, de schoonzoon van Mohammed de rechtvaardige Kalief.

18
Q

Wat is de Sharia?

A

Nieuwe stelsel van rechtsregels, gebaseerd op de Koran.
-Tolerant voor andere geloven, ookal moest ze meer belasting betalen en hadden ze minder rechten

19
Q

Wat was de inquisititie?

A

Een rechtbank voor het vervolgen van ketters en joden.
Ketters? -Christenen die afweken van de katholieke kerkleer
Joden? - ¨verkeerde¨ geloof, ook verantwoordelijk voor de moord op Christus.

20
Q

Hoe zag christelijk expansie naast de inquisitie erut

A

-Kruistochten onder steun van kerk en vorsten, heilige oorlogen leidden tot expansie.
-Oost-Europa veel bekeerd door ridders.
-Spanje+Portugal-Islamitische terrein veroverd door christelijke koningen (reconquista)
-Middellandse zeegebied- Kruisvaarders veroveren heilige grondgebied rond Jeruzalem

21
Q

Gevolgen van de christelijke expansie voor bepaalde gebieden

A

Spanje: Laatse moslimkalifaat verslagen, moslims verdreven

Middellandse zeegebied: 3e eeuw, christenen verdreven

22
Q

Cultureel en economische gevolgen van de christelijke expansie

A

-Europeanen komen in aanraking met Arabische kennis en uitvinding door de handel

Handelsroutes tussen Midden-Oosten+Azië en Europa.

23
Q

Waardoor kwam de toename van landbouw in de late middeleeuwen?

A

-Drieslagstelsel. 1/3 akker in het herfst gezaaid, 1/3 in de lente en 1/3 een jaar laten rusten zodat de bodem niet uitgeput raakt.
-Ijzeren ploegen door paarden getrokken
-Bossen en moerassen voor landbouwgrond benutigd

24
Q

Wat betekende de toename van voedselproductie voor de samenleving?

A

-Bevolkingstoename
-Boeren verkochten overschotten bij markten. Werden populair, jaarmarkten opgericht en handelaren kwamen ver reizen om hun waren te verkopen

25
5 gevolgen voor steden van meer handel.
-Handelscentra groeien uit tot steden -Langeafstandshandel veranderd van alleen luxeproducten tot massagoederen als hout, graan en wijn -Samenwerkingsverbanden tussen steden die elkaar met handel helpen -Landsheren bevorderen hun gebied door te zorgen voor orde en veiligheid op de markten -Geldeconomie ontstond.
26
Voorbeelden van stadsrechten en waarom die aantrekkelijk waren voor de landsheer
-Recht om een markt te houden -Eigen wetten en rechtspraak -Tolvrijheid voor kooplieden -Verdedigingsmuur om eigen nederzetting
27
Beschrijf de twee groepen bewoners in de middeleeuwen
-Burgerij. Mensen met burgerrecht, misdaden werden berecht. Patriciërs hoorden hierbij, rijke machtige families die bestuursfuncties bezeten. -Arme, ongeschoolde arbeiders die vanuit het platteland naar de stad toe trokken, maar konden niet ingrijpen in de burgerij.
28
Wat is een Gilde?
Groep ambachtslieden met dezelfde beroep. Als je die beroep uit wou oefenen, moest je het gilde in en onder leer van een meester. Zo hielden ze prijzen hoog en concurrentie laag.
29
Gevolgen opkomst van steden voor het feodale systeem
Macht van adel neemt af, burgers kunnen zichzelf beschermen met het nieuwe geldeconomie.
30
Wat hield het middeleeuwse tweezwaardenleer in?
Samenwerking van geestelijk en wereldlijke macht. Geestelijken kregen bescherming van de wereldlijke leiders, en zij konden regeren met goddelijke zegen. Schenking van Constantijn: Pausen waren verheven boven wereldlijke machthebbers.
31
Beschrijf lekeninvestuur
Wanneer een keizer een bisschop benoemt.
32
Concordaat van Worms
1122: einde investituurstijd. Geen winnaar, paus geeft bisschop geestelijke macht en keizer geeft bisschop wereldlijke macht. Hoge geestelijken uit name van de paus kozen bisschopen, ze kwamen uit de adel en daardoor werd de macht van de keizer kleiner. Duitse Rijk kon niet tot eenheid groeien, brokkelde in staten af.
33
Beschrijf centralisatie in de late middeleeuwen
Groot gebied besturen met leenmannen ging lastig, onbetrouwbaar. Door opkomst geldeconomie konden leenheren legers en ambtenaren inhuren, en beginnen aan een bestuurlijke eenheid creëren, waar belasting en wetten overal hetzelfde. Stedenen en edelen gewend aan zelfbestuur waren het oneens, dus ging niet helemaal makkelijk.
34
Staatsvorming in Frankrijk
Eerst regerden Franse koningen alleen over Parijsstrook, leenmannen in de omgeving waren net eigen vorsten. Vanaf 11e eeuw dwongen koningen leenmannen tot gehoorzaamheid, en tijdens de Honderjarige Oorlog had de koning zijn edelen verslaan.
35
Wat is Magna Carta
Centralisatie in Engeland. De koning voerde zoveel oorlogen dat extra belasting nodig was, maar zijn leenmannen kwamen daardoor in opstand. Eisen: -Geen belasting zonder toestemming -Rechten van steden respecteren
36
Parlementen
Er waren grenzen aan de macht van een vorst. Overlegorganen met vertegenwoordigers uit drie standen (hoogste vergadering is Staten-Generaal) om de volgende te doen: -Moesten met parlement handelen om nieuwe belastingen te heffen.