Begrip
Betekenis
Beleid
Het maken van plannen en regels (en wetten) voor de langere termijn. Beleid kan worden bepaald door wat op een bepaald moment nodig lijkt, maar is vaak ook bepaald door een visie voor de langere termijn.
Bestuur
De instantie die de dagelijkse beslissingen in een bepaalde regio regelt. Deze instantie heeft de uitvoerende macht.
Bestuurders
Personen die verantwoordelijk zijn voor het dagelijks bestuur.
Correctief referendum
Een verkiezing over een politieke kwestie waarover de bestuurders al een besluit genomen hebben. De kiezers kunnen zich achteraf over het besluit uitspreken en het goedkeuren of afkeuren. Mogelijk moet het besluit dan worden aangepast.
De politiek
Met ‘de politiek’ bedoelen we alle personen en instanties die zich met het bestuur van een gebied bezighouden. Een gebied kan hier variëren van een dorp of stad via een provincie of land tot werelddelen (‘de Europese politiek’) of zelfs de hele wereld. Op een klein gebied kun je het bijvoorbeeld hebben over de schoolpolitiek of de verenigingspolitiek.
Democratie
Regeringsvorm waarbij het volk aan de macht is.
Dictatuur
Een regeringsvorm waarbij één persoon of een kleine groep alle macht heeft.
Directe democratie
Manier van regeren waarbij de burgers zelf beslissen over beleid en bestuur.
Formatie
Het proces waarbij partijen samen een kabinet proberen te vormen na de verkiezingen.
Gelijkwaardigheid
Het beginsel dat ieder in gelijke gevallen gelijk behandeld moet worden, ongeacht de verschillen tussen de personen. Vaak zeggen mensen ‘gelijkheid’ als zij ‘gelijkwaardigheid’ bedoelen. Het verschil tussen deze begrippen is: ‘gelijkheid’ betekent dat er geen verschillen tussen mensen zijn, ‘gelijkwaardigheid’ betekent dat er geen verschil in waarde is.
Grondrechten
Rechten die iedere burger heeft en die in een grondwet staan.
Grondwet
De belangrijkste wet van een land waarin staat hoe het land bestuurd wordt en wat de rechten van mensen zijn.
Indirecte democratie
Manier van regeren waarbij de burgers via volksvertegenwoordigers het bestuur en het beleid mede bepalen.
Massamedia
Communicatiemiddelen om een groot en vaak onbekend publiek te bereiken. Voorbeelden van middelen zijn boeken, televisie, radio, kranten, tijdschriften en sociale media.
Minderheid
Groep met gezamenlijke kenmerken, die niet de meerderheid in een land of regio vormt.
Oppositiepartij
Politieke partij die niet vertegenwoordigd is in de regering.
Parlementaire democratie
Een staatsvorm waarbij de burgers hun democratische macht indirect uitoefenen via gekozen volksvertegenwoordigers.
Politiek bedrijven
Proberen om mensen of groepen die macht hebben zover te krijgen dat ze besluiten nemen waar jouw ideaal of jouw belang mee gediend is.
Scheiding van kerk en staat
Het principe dat de overheid en de geloofsgemeenschappen zich niet met elkaars werkterrein moeten bemoeien.
Staatshoofd
De persoon die in een land de laatste handtekening onder wetten zet. Een koning is een voorbeeld van een erfelijk staatshoofd. Een niet-erfelijk (meestal gekozen) staatshoofd wordt president genoemd.
Trias politica
De theorie van Montesquieu over de scheiding van de staatsmachten in de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
Volksvertegenwoordiger
Door de burgers gekozen persoon, die bij het bestuur en in de wetgeving de burgers vertegenwoordigt. Samen vormen volksvertegenwoordigers de volksvertegenwoordiging.
Volksvertegenwoordiging
De volksvertegenwoordiging zijn mensen die door het volk gekozen zijn om namens hen beslissingen te nemen.